Gesloten hoeve, naar verluidt van 1830, gelegen aan de straatkant, met moestuin ten zuidoosten, achter het woonhuis, en boomgaard ten noordoosten.
Gebouwen in overkalkt stijl- en regelwerk met lemen vullingen onder zadeldaken (Vlaamse pannen), gegroepeerd rondom het rechthoekig erf, dat door middel van een ijzeren hekje van de straat is afgesloten.
Ten zuidoosten, woonhuis (nok evenwijdig aan straat) van vijf traveeën op een lage bakstenen stoel en een gepikte plint. De erfzijdegevel heeft een onderkelderde opkamer in de laatste travee drie kleine vensters, waarvan een bolkozijn, en een deur. Achtergevel met een beschot van metalen platen; twee bolkozijnen. Aangebouwde travee onder lessenaarsdak tegen de noordoostelijke zijgevel, en koestal in een gelijkaardig, doch ruimer aanbouwsel tegen de zuidwestgevel.
Ten zuidwesten, stal en dwarsschuur van vijf traveeën; laadvenster boven de derde travee; een zolderluik, twee deuren, en een verlaagde(?) schuurpoort. Gedeeltelijk versteende noordwestgevel, met platen beschieting. De noordoostvleugel schijnt sterk aangepast; hij omvat onder meer een stal van twee traveeën (rechts) onder mank zadeldakje, en een bakhuis aan de straatzijde. Ten noordwesten, varkensstal van drie traveeën, met versteende voor- en zijgevel; drie deurtjes waarvan twee gekoppeld.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Gesloten hoeve [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23171 Geraadpleegd op 12-11-2019
Na een ongeval of moord plaatsen familie of kennissen vaak ter plekke een gedenkteken. Zogenaamde moordkruisen zijn al eeuwen bekend. Een bijzonder, zeldzaam kruis is een 'zoenkruis', opgericht door de partij van de moordenaar als verzoening met de familie van het slachtoffer. In Groot-Gelmen leunt er zo eentje nog tegen de kerkhofmuur:
Dit + staet ter memorie
van Jan Morbiers soon van
Leonard(us) Morbier(s) en Margareta
Bartole(yns) die van leve ter
doot bracht is deur Gysen
Vasoens, a(nno) 1643 ten 30 july
bidt voor
die ziele
In de zomer van 1643 werd Jan, de zoon van oud-schepen Leonard Morbiers, gedood door zijn dorpsgenoot Gijs Vasoens in Groot-Gelmen. De omstandigheden kennen we niet. Wel bleef een verslag bewaard van de bemiddelingsvergadering in herberg Het Klaverblad in Sint-Truiden. De twee broers van de moordenaar vroegen deze verzoening voor twee 'goede mannen', zijnde juristen-schepen van de stad. Notaris Van Nuyst stelde het contract op. Onder meer de vader van het slachtoffer, diens schoonzoon als secretaris van de rechtbank Gelinden en Christina Steukers, de moeder van de moordenaar, waren aanwezig. Die laatste nam de vergiffenis aan die vader Morbiers schonk aan moordenaar Gijs.

De moordenaar, zelf dus niet aanwezig, moest onmiddellijk 150 gulden laten betalen voor kosten van begrafenis en andere, en een jaarlijkse rente van 6 gulden voor een jaarmis, op een stuk akker. Gijs moest binnen het jaar een stenen kruis oprichten op het plaatselijke kerkhof van 3,5 voet boven de aarde en met daarin de naam van Jan en zijn sterfdatum gekapt. Aan de armen van Groot-Gelmen zou hij 8 vaten koren geven en gebakken brood. Het brood was uit te delen in de week van de Sint-Maartenkermis, patroon van de parochie. De moeder van de moordenaar kreeg van de vader van het slachtoffer 3 vaten koren. Waarschijnlijk was ze onbemiddeld?
Alle notaris- en verteerkosten in het Klaverblad zijn voor rekening van Gijs of Gijsbrecht voluit, die een contactverbod van drie jaar krijgt met de kinderen en bloedverwanten van de vermoorde Jan.
We schenken hier en nu nog altijd aandacht aan de vermoorde Jan. Wat bewijst dat deze eeuwenoude vorm van verzoening werkt.