Gesloten hoeve, naar verluidt van 1830, gelegen aan de straatkant, met moestuin ten zuidoosten, achter het woonhuis, en boomgaard ten noordoosten.
Gebouwen in overkalkt stijl- en regelwerk met lemen vullingen onder zadeldaken (Vlaamse pannen), gegroepeerd rondom het rechthoekig erf, dat door middel van een ijzeren hekje van de straat is afgesloten.
Ten zuidoosten, woonhuis (nok evenwijdig aan straat) van vijf traveeën op een lage bakstenen stoel en een gepikte plint. De erfzijdegevel heeft een onderkelderde opkamer in de laatste travee drie kleine vensters, waarvan een bolkozijn, en een deur. Achtergevel met een beschot van metalen platen; twee bolkozijnen. Aangebouwde travee onder lessenaarsdak tegen de noordoostelijke zijgevel, en koestal in een gelijkaardig, doch ruimer aanbouwsel tegen de zuidwestgevel.
Ten zuidwesten, stal en dwarsschuur van vijf traveeën; laadvenster boven de derde travee; een zolderluik, twee deuren, en een verlaagde(?) schuurpoort. Gedeeltelijk versteende noordwestgevel, met platen beschieting. De noordoostvleugel schijnt sterk aangepast; hij omvat onder meer een stal van twee traveeën (rechts) onder mank zadeldakje, en een bakhuis aan de straatzijde. Ten noordwesten, varkensstal van drie traveeën, met versteende voor- en zijgevel; drie deurtjes waarvan twee gekoppeld.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Gesloten hoeve [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23171 Geraadpleegd op 12-11-2019
Eén van de mooiste zalen in het land. De academiezaal van het Klein-Seminarie onderlijnt de betekenis van deze instelling als het intellectueel centrum van Limburg vanaf 1843 tot na de Tweede Wereldoorlog. Daarbij was vooral na de lessen aandacht voor Nederlandse letterkunde.
De Gentse stadsarchitect Louis Roelandt was door de test
aangezocht om hun hospitaal voor geesteszieke vrouwen te bouwen. Hij ontwierp ook samen met zijn leerling Isidore Gerard de neogotische toren van de hoofdkerk.

Door de scheiding van de beide Limburgen in 1839 moest het Klein-Seminarie van het bisdom Luik verhuizen van Rolduc, nu Nederlands gebied, naar de vroegere abdijsite in Sint-Truiden. Bisschop Van Bommel besefte het belang van dit opleidingscentrum. Bij het enorme complex in de binnenstad was ook een a salle de rhétorique voorzien voor de seminaristen. Het werd tussen 1845 en 1852 een achthoekige centraalbouw met korinthische gegleufde zuilen onder een bijzonder rijkelijk uitgewerkte stucwerkzoldering

. De amfitheatervorm zorgt voor een intimistische verbondenheid van publiek met acteurs op de parterre en een goede akoestiek.
In 1845 was in de zaal het taalgenootschap Utile Dulci actief dat het Nederlands beoefende. Ook een Franstalige tegenhanger, de Société de littérature française, kortweg de Academie, was er bedrijvig. De Vlaamse ontvoogdingsstrijd zorgde af en toe voor wrijvingen, maar uiteindelijk liep toch iedereen in de pas.
Bij de start van de restauratie in 1986 door Herman Vanmeer in opdracht van erfpachthouder stad Sint-Truiden werd vooral de stabiliteit van de zaal hersteld en teruggegrepen naar de oorspronkelijke uitvoering van de "gradins" en de toneelscène. Voor het zitcomfort werd één rij verwijderd, wat het aantal zitplaatsen op 290 vastlegt, eventueel uitbreidbaar. De moderne lichtarmaturen zijn een ontwerp van Herman Blondeel. Een moderne foyer met technische ruimten werd aan de kant van het kerkveld toegevoegd.
Momenteel gebeuren in de akoestisch geschikte Academiezaal regelmatig muziekopnames en is een klassiek programma van internationaal niveau kamermuziek, kamerorkest en muziektheater uitgewerkt in het kader van de werking van cultuurcentrum de Bogaard.