Boerentuin

Merkwaardig boerentuintje uit het derde kwart van de 20ste eeuw, met bloementuin, moestuin en kleinfruittuin en een groot aantal traditionele snoeivormen.

De tuin, waarvan het gebruik terug gaat tot het Primitief kadaster, ligt aan de straat, oostelijk van een kleine vierkanthoeve, aansluitend bij de achtergevel van het huis. Het langspad bij de gevel eindigt op een recente treurwilg (Salix x sepulchralis 'Tristis'), als verbinding van de drie tuinen. Aan de straatkant ligt de siertuin met achtereenvolgens een gemengde bloemenborder, een rij bontbladige aucuba (Aucuba japonica 'Variegata'), een zeldzame loofgang van gevlochten gele kornoelje (Cornus mas) (parallel met de straat) gedeeltelijk onder een treures (Fraxinus excelsior 'Pendula') (150 cm stamomtrek, gemeten op 150 cm hoogte), een centraal grasveldje met verschillende snoeivormen van gewone taxus (Taxus baccata) (onder meer fauteuil) en buxus (Buxus sempervirens subsp. sempervirens) (blokken en bollen), twee gewone seringen (Syringa vulgaris) en langsheen het pad een bloemenborder.

De aansluitende nutstuin bestaat uit twee delen langs een dwarspad met waterpomp: het zuidelijk gedeelte met meer buxusvormen als overgang van sier- naar moestuin, het noordelijke met de gebruikelijke teeltbedden en een smalle bloemenrand langs het pad.

Achterin ligt de kleinfruittuin, voor een gedeelte ook aangeplant met Italiaanse populier (Populus nigra 'Italica') en ruwe berk (Betula pendula).

Naast nr. 31 blijven een barrier en een notelaar over van een vroegere fruitweide.


Bron     : DE MAEGD C. & VAN DEN BOSSCHE H. 2003: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 1: Gingelom, Halen, Herk-de-Stad, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  De Maegd, Christiane, van den Bossche, Herman
Datum  : 2003

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Boerentuin [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/303459 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.