Goed onderhouden, semi-gesloten hoeve uit de 19de eeuw, aan de straat gelegen; gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse pannen), rondom een rechthoekig, gekasseid erf, dat door middel van een ijzeren poortje van de straat is afgesloten.
Ten noordwesten, woonhuis van vijf traveeën, door een druivelaar begroeid; het dak (nok evenwijdig aan straat) heeft een schild aan de noordoostzijde; overkalkt stijl- en regelwerk met lemen vullingen op een gepikte bakstenen stoel; enkele gedeelten zijn versteend; twee vensters, een bolkozijn, een klein zoldervenster en een deur.
Ten zuidwesten, grotendeels versteende en aangepaste stallingen waarvan het volume onder zadeldak met linker schild bewaard bleef. Ten zuidoosten, lage bakstenen varkensstallen van vier traveeën. Ten noordoosten, dwarsschuur van vier traveeën onder mank zadeldak; stijl- en regelwerk met lemen vullingen in het bovengedeelte, en bakstenen vullingen met gepikte timmer in de onderbouw; staldeur en lage poort, elk met een zolderluik erboven. Kunstleien beschieting der zuidoostelijke zijgevel.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hoeve uit de 19de eeuw [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23173 Geraadpleegd op 12-11-2019

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen."
Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan.
Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen."
Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!"
X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.
Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be