Aalst 20.04.1901 Heverlee 16.09.1965
Zoon van Alfons Daenen, landbouwer te Brustem , en Josephina Tachelet.
Germanist Leuven 1924. Leraar Wallonië en Leuven. Studieprefect Koninklijk Atheneum Tienen. Redactiesecretaris Vlaanderen. Artikels in Jong Dietschland 1929 onder pseudoniem. Auteur van populaire Nederlandse spraakkunst en daarbij horende Oefeningen met vele herdrukken en herwerking door Hugo De Jonghe 1982. Tegenstander repressie na WO II. Medestichter CURO, christelijke unie leraars rijksonderwijs. Medestichter en algemeen ondervoorzitter Vlaamse Volksbeweging 1952. Secretaris van contactcommissie met Wallonië. Ondervoorzitter Vereniging voor Beschaafde Omgangstaal afdeling Leuven 1963. Pseud. ‘dr. J. Pulinx’.
In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde.

De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout.


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.
