Bogaardenklooster

Bogaardenklooster

Oorspronkelijk was hier het Sint-Mathiasklooster gevestigd, een klooster van bogaar­den, gesticht in de 13de eeuw. De bogaarden, mannen uit de geringe stand, verenigden zich en leefden samen zoals de begijnen. Later namen ze de regel van Sint-Franciscus over en werden ze derdeordelingen (mannen en vrouwen die ene sober en devoot leven leefden in de wereld).

\\

In 1589 kocht de Luikse prins-bisschop Ernest van Beieren hun klooster op en richtte het in als seminarie van de abdij. De gebouwen bleken te klein en in de 17de eeuw kwamen er twee vleugels bij. Op twee gevelstenen staan de wapenschilden van prins-bisschop Ferdinand van Beieren en van abt Hubert van Zutendael. De noordoostvleugel, aan de Diesterstraat, werd in 1778 in classicistische stijl opgetrokken door prins-bisschop Velbrück . Het was de bedoeling dat aan de linkerkant van de monumentale inrijpoort een identieke vleugel zou komen, maar de inval van de Fransen verijdelde deze plannen. Het seminarie werd afgeschaft en bood vervolgens tot 1986 onderkomen aan meerdere scholen. Nu heeft het geheel een woon-, werk- en handelsfunctie.

 

 

Bogaardenklooster

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.