Hoeve van 1891 of 1892

Semi-gesloten hoeve, naar verluidt van 1891 of 1892, opgetrokken met gebruik van een oude timmer; gelegen op de hoek van Zepperen-Dorp met de Wellensestraat. Belangrijk element in het dorpsbeeld; een gekasseide weg in de Kapelstraat geeft achter de hoevegebouwen om, ten zuiden, toegang tot het erf; resten van de boomgaard ten zuidoosten.

Rechthoekige inrijpoort met houten latei onder zadeldekje, ten oosten van het erf, aan de zijde van de Kapelstraat; een bakstenen muurtje verbindt de poortconstructie met het woonhuis.

Ten noorden van het erf, woonhuis met afgesnuite deurtravee, vijf traveeën onder zadeldak (nok evenwijdig aan straat, Vlaamse pannen) met linker schild; witgekalkt stijl- en regelwerk met lemen vullingen, versteend aan de straatzijde; bakstenen stoel en gepikte plint. De straatzijde telt drie beluikte bolkozijnen en een deur met bovenlicht in de hoektravee. De erfzijdegevel heeft een uitspringend gedeelte in de eerste travee, en een onderkelderde opkamer in de laatste travee; een beluikt venster en een bolkozijn in de opkamer, twee deuren en verschillende kleine vensters in het uitspringende gedeelte.

Ten westen, varkensstallen en ten zuiden, stallen, beide versteend en laatst genoemde grotendeels aangepast; de varkensstal is voorzien van vier lage deurtjes onder houten latei. Ten oosten, dwarsschuurtje van twee traveeën onder zadeldak (Vlaamse pannen); stijl- en regelwerk met bakstenen vullingen op een hoge bakstenen stoel; gepikte timmer. De erfzijdegevel is voorzien van aangebouwde gedeelten, de straatgevel heeft een deur en een zolderluik.


Bron     : Schlusmans F. met medewerking van Gyselinck J., Linters A., Wissels R., Buyle M. & De Graeve M.-Ch. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Hasselt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 6N2 (He-Z), Brussel - Gent.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1981

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hoeve van 1891 of 1892 [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23175 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.