Watermolen op de Molenbeek, met de straat verbonden door middel van een oprit en een brug over de beek.
Alleenstaand gebouw van vijf traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen) met lagere nokhoogte boven de twee linker traveeën, en afgewolfd aan de zuidoostzijde; huidig uitzicht uit de 19de eeuw, doch waarschijnlijk oudere kern. Beschilderd bakstenen gebouw, waarvan de zuidwestgevel van een gecementeerde plint voorzien is; de twee linker traveeën schijnen een aanpassing of een toevoeging; gesmeed ijzeren muurankers. Houten laadvenster onder zadeldekje boven de vierde travee; overige muuropeningen onder metalen I-balken. In de achtergevel, vier rechthoekige vensters onder houten latei; kleine bijbouw onder schilddak tegen het molenhuis. De zuidoostgevel, waar zich het metalen molenrad bevindt, heeft een onderbouw van natuursteen, en een bovenbouw in stijl- en regelwerk, thans met asbestplaten bedekt.
Buitenwerk: betonnen goot, en vanuit interieur met balk te bedienen sluiswerk; betonnen stoel. Omstreeks de Tweede Wereldoorlog geplaatst metalen bovenslagrad (thans zwaar vervallen): het pk-verlies door de kleinere diameter wordt hier duidelijk gecompenseerd door de grotere breedte van het rad. Constructie rad: plaatijzeren bakken geklonken tussen plaatijzeren velg; platijzeren spaken met schroefbouten bevestigd op velg en gietijzeren askop; ijzeren as. Binnenwerk: thans afgesloten en onbereikbaar. Van exterieur twee maalstoelen (houten steenkist) merkbaar; waarschijnlijk verticaal opgesteld drijfwerk, met krachtverdeling door groot horizontaal kamwiel.
Dwarsschuur met haakse stallen tegenover het woonhuis, voor kort verlaagd, en zadeldaken door lessenaarsdaken vervangen.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Watermolen op de Molenbeek [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/22997 Geraadpleegd op 12-11-2019
De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug.
Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt".
Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon.
