Gesloten hoeve uit begin 19de eeuw, wat achteruit gelegen ten opzichte van de straat en voorafgegaan door een voortuintje. Bakstenen gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse pannen), gelegen rondom het rechthoekig erf.
Ten zuiden, poortgebouw; verankerde kalkstenen rondboogpoort; duifhuis in de achtergevel; zijgevels afgewerkt met aandak en vlechtingen.
Ten westen, boerenhuis (enkelhuistype, nok loodrecht op straat) van oorspronkelijk een, thans anderhalve bouwlaag en vijf traveeën op een verhoogde begane grond voorzien van kalkstenen keldervensters. Rechthoekige muuropeningen in een vlakke kalkstenen omlijsting; de deur wordt voorafgegaan door een steektrap. Sterk aangepaste achtergevelordonnantie. Zijgevels voorzien van aandaken en vlechtingen. Hiernaast een bergplaats en wagenhuis van recentere datum.
Ten zuiden en ten oosten, stallen, voorzien van rechthoekige kalkstenen muuropeningen. De oostelijk gelegen stal is gevat tussen van aandaken en vlechtingen voorziene zijgevels. Ten noorden, dwarsschuur van drie traveeën, voorzien van verankerde, kalkstenen korfboogpoorten, en gedateerd op de sluitsteen der erfzijdepoort: GB 1810. Zijgevels met aandak, vlechtingen en topstuk.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Gesloten hoeve [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23132 Geraadpleegd op 12-11-2019

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen."
Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan.
Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen."
Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!"
X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.
Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be