Gesloten hoeve, uit de 18de eeuw, door een korte gekasseide oprit met de straat verbonden; ten zuiden, achter het woonhuis, moestuin en boomgaard.
Gebouwen in overkalkt stijl- en regelwerk met lemen vullingen, op verschillende plaatsen versteend, onder zadeldaken (Vlaamse pannen, mechanische voor de noordvleugel), gelegen rondom het rechthoekig erf; de oprit is over het erf doorgetrokken naar de woonhuisdeur.
Ten noorden, grotendeels versteend poortgebouw, geflankeerd door lagere varkensstallen (cementblokken), elk drie traveeën; rechthoekige inrijpoort onder houten latei en zadeldak.
Ten zuiden, woonhuis (zes traveeën) met paardenstal links (drie traveeën); de doorgang naast de woonhuisdeur is van latere datum; het dak is voorzien van een laadvenster onder afgewolfd zadeldekje; twee aangepaste vensters, een zolderluik, een woonhuisdeur met bovenlicht, en een staldeur. De achtergevel heeft een gelijkaardig laadvenster en enkele kleinere muuropeningen; het rechtse gedeelte is voorzien van bakstenen vullingen; hier is de rijke houtconstructie zichtbaar (verschillende regels).
Ten oosten, stal van vijf traveeën; de voorgevel is gedeeltelijk versteend of voorzien van bakstenen vullingen; twee zolderluiken, voorts aangepaste muuropeningen. De achtergevel is in leembouw, op een verhoogde bakstenen stoel. Versteende noordelijke zijgevel. Ten westen, dwarsschuur van drie traveeën, grotendeels versteend (cementblokken), op de latei der poort gedateerd 1765. Pannen beschieting der noordelijke zijgevel.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hoeve uit de 18de eeuw [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23148 Geraadpleegd op 12-11-2019

Te Engelmanshoven heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:
'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',
dan kwamen ze uw werk doen. '
Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.
'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.
Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.
'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'
Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:
'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!'
en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.
Opgetekend door F. Beckers in 1948