Hoeve met losstaande bestanddelen, naar verluidt gebouwd circa 1870-1880. Bakstenen gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse pannen), boerenburgerhuis en dwarsschuur aan de straatkant (nok evenwijdig aan straat), met dienstgebouwen in L-vorm gegroepeerd rondom een klein, gedeeltelijk gekasseid erf, haaks aanleunend tegen de oostelijke schuurgevel.
Boerenburgerhuis van drie traveeën en twee bouwlagen; lijstgevel afgewerkt met een dubbele overhoekse muizentandfries; getoogde kalkstenen vensters met lekdrempel en licht uitspringende sluitsteen. Sobere achtergevel met vier getoogde vensters. De zuidelijke zijgevel is voorzien van twee getoogde vensters met strekse latei en een oculus.
Links, aanleunend tegen het woonhuis, dienstgebouw van drie traveeën en één bouwlaag, met gedrukte rondboogvormige inrijpoort rechts, voorzien van hardstenen sluit- en aanzetstenen, en links, dwarsschuur met onversierde rondboogpoort. Noordelijke zijgevel met aandak en vlechtingen. Ten oosten, van het erf, stal met bakhuis van drie traveeën en aanleunend gebouw onder lessenaarsdak tegen de oostelijke zijgevel. Ten noorden, lage varkensstal met laadvenster onder zadeldekje en drie deurtjes onder houten latei.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hoeve [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23149 Geraadpleegd op 12-11-2019
Clement Cartuyvels was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek.

De bank Cartuyvels:

Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na.
