Hoeve met losstaande bestanddelen, naar verluidt gebouwd circa 1870-1880. Bakstenen gebouwen onder zadeldaken (Vlaamse pannen), boerenburgerhuis en dwarsschuur aan de straatkant (nok evenwijdig aan straat), met dienstgebouwen in L-vorm gegroepeerd rondom een klein, gedeeltelijk gekasseid erf, haaks aanleunend tegen de oostelijke schuurgevel.
Boerenburgerhuis van drie traveeën en twee bouwlagen; lijstgevel afgewerkt met een dubbele overhoekse muizentandfries; getoogde kalkstenen vensters met lekdrempel en licht uitspringende sluitsteen. Sobere achtergevel met vier getoogde vensters. De zuidelijke zijgevel is voorzien van twee getoogde vensters met strekse latei en een oculus.
Links, aanleunend tegen het woonhuis, dienstgebouw van drie traveeën en één bouwlaag, met gedrukte rondboogvormige inrijpoort rechts, voorzien van hardstenen sluit- en aanzetstenen, en links, dwarsschuur met onversierde rondboogpoort. Noordelijke zijgevel met aandak en vlechtingen. Ten oosten, van het erf, stal met bakhuis van drie traveeën en aanleunend gebouw onder lessenaarsdak tegen de oostelijke zijgevel. Ten noorden, lage varkensstal met laadvenster onder zadeldekje en drie deurtjes onder houten latei.
Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hoeve [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/23149 Geraadpleegd op 12-11-2019
In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde.

De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout.


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.
