Hekken van een verloren herenboerenpark

Voornamelijk in fruitplantage omgezet park met belangrijk 19de-eeuws hekwerk in giet- en smeedijzer.



Het hekwerk bleef bewaard aan de straat, aan de voorheen beboomde oprijlaan en aan het erf, waar het als wering diende voor het vee op de omliggende fruitweiden. Aan de veldweg ten noorden bleef ook de oude parkpoort overeind, als voormalige uitrit naar de landerijen.

Hekken, poorten en balie zijn een fraai staaltje van smeed- en gietkunst uit de 19de eeuw en een belangrijk relict en getuige van het verleden van de site. In de streek, die haar rijkdom in de 19de eeuw naast de teelt van suikerbieten ook aan de fruitteelt had te danken, werden de hoogstamboomgaarden begraasd door het vee. Grachten, hagen, poorten en hekken beveiligden ze. Men noemde de (vaak verzorgd uitgewerkte) poort dan ook een 'barrier'. Hier is dit giet- en smeedijzerwerk uiterst rijk en verzorgd en is het van monumentaal belang. Het hoorde bij een belangrijke boerderij, achteruit gelegen en hoger dan de straat en er met een dreef mee verbonden, zoals het Primitief kadaster toont. De kadastrale legger van 1844 geeft burgemeester Marie Jan Goyens als eigenaar op en door huwelijk van Josephine Rosa Justina Goyens met Jan Hoebanx komt het aan deze familie toe. Het herenboerenpark in landschappelijke stijl uit de tweede helft van de 19de eeuw, dat op de Dépôt-kaart (opname 1871, uitgave 1877 – zie kasteel de la Riva) figureert, ging al vóór de Tweede Wereldoorlog verloren zoals uit de stafkaart van 1949 blijkt. Dan is het park al als boomgaard genoteerd, bestemming die nu plantage van laagstamfruit is geworden, en de gebouwen zijn als hoeve aangeduid. Van de oorspronkelijk in U-vorm opgestelde gebouwen blijven nu nog twee vleugels over. Aan de straat is de oprit naar het hoger gelegen kasteel aangeduid door een zwart geschilderd smeedijzeren hek (tweede helft van de 19de eeuw) met kwartrond en klimmend beloop, tussen vier zware vierkante ingangspijlers van baksteenmetselwerk met geknipte voegen, met sokkel, speklagen en geprofileerde bekroningen in blauwe hardsteen. Spijlen met lanspunten, onder- en dubbele bovenregel, op een muursokkel van baksteen met plint en dekstenen van blauwe hardsteen. Vier octogonale schamppalen met vierkante sokkel, uitlopend in een halve bol, van blauwe hardsteen.

De lange, oplopende en gekasseide oprijlaan, vermoedelijk eertijds als dreef beplant, is aan weerszijde afgezet met een reeks van gietijzeren grenspaaltjes verbonden met smeedijzeren stangen, waarvan alleen de bovenste overal bewaard zijn. Ze sloten de fruitweiden af. Fraaie geringde en taps toelopende paaltjes op sokkel met verzilverde eibekroning. Centrale poorthekjes als 'barrier' naar de aan weerszijden gelegen boomgaarden, tussen gietijzeren gecanneleerde kolonnen met gezilverde vaasbekroning. Platte hekstijlen met kleinere gelijkaardige bekroningen, boven-, tussen- en onderregels en spijlen met lanspunten en onderspijltjes. Ter hoogte van het ruime, eveneens gekasseide erf liggen twee schamppalen. Een fraai, monumentaal hek sluit het erf af. Zwart- en zilvergeschilderd smeed- en gietijzeren hek met U-vormig grondplan, op een plint van blauwe hardsteen. Ronde gietijzeren kolonnen met geprofileerde sokkel en acanthusknopbekroning telkens gestut door een dubbele voluut, spijlen met lanspunten en krulverankering in de tussenregel, en onderspijltjes gevat tussen de onder- en tussenregel; het poorthek bovendien gesierd met een tussen de regels ingeschreven fraaie krul en de bovenregel afbuigend. De haakse traveeën van het hek zijn er een variante van, met een bredere middentravee voor het poorthek naar de achter de gebouwen gelegen landerijen, met drie poortvleugels, resultaat van een verbouwing (betonnen sokkel) in functie van de mechanisatie. Achter de gebouwen ligt nog een voormalig parkhek, nu vrijstaand en aan een landweg, tussen akker, weiland en boomgaard, dat eertijds de noordelijke uitrit van het park moet zijn geweest. Hoge, vierkante pijlers met sokkel en kapiteel van baksteen en een dubbele deksteen van blauwe hardsteen. Eenvoudig spijlenhek met lanspunt, onder-, tussen- en bovenregel en een kleine vaasbekroning op de poortstijl. Het verloren park, dat op de Dépot-kaart is opgenomen, strekte zich ten noordoosten van het kasteel uit en was doorsneden door de gebruikelijke wandelpaden in een patroon van opeenvolgende lussen. Ten zuiden en ten oosten van het kasteel strekten zich fruitweiden uit. Ook vandaag nog liggen de gebouwen te midden van boomgaarden.


Bron     : DE MAEGD C. & VAN DEN BOSSCHE H. 2003: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 1: Gingelom, Halen, Herk-de-Stad, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  De Maegd, Christiane, van den Bossche, Herman
Datum  : 2003

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Hekken van een verloren herenboerenpark [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/303126 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Burgemeesterwapens

Elke burgemeester laat zijn wapen na

De burgemeesters die bouwden of verbouwden aan het stadhuis lieten hun naam na in de vorm van hun familiewapen. Dat gebeurde zowel bij de torenheropbouw in 1606, de nieuwbouw van het stadhuis in 1759, de inrichting in 1788, de restauratie in 1927 en de actuele restauratie en nieuwe inrichting afgerond in 2016.

Burgemeesters van voor 1795 waren vooral belastinginners en verdelers van stedelijke taken, anders dan de burgemeesters vandaag. De geschilderde wapens uit 1788 in de vroegere raadszaal, nu trouwzaal, zijn niet steeds met heraldische nauwkeurigheid bijgeschilderd in de loop der jaren.

Keel = rood, sabel = zwart en lazuur = blauw.


Jan Lycops1606: gedeeld, in I van keel met gouden korenschoof, in II van goud een huismerk van sabel in de vorm van een patriarchaal kruis onderaan heraldisch rechts herkruist. Belforttoren gevel.


Willem Preuveneers 1606: van keel met gouden keper beladen met drie meerlen in sabel en vergezeld van drie zilveren scheerdersscharen met de punt naar onder. Belfortoren gevel.


Baudoin Moers 1759: van goud met drie morenhoofden van sabel, met wrongen van zilver, geplaatst 2-1. Schoorsteenlambrizering vroegere raadszaal.



Maurice Schoenaerts 1759 in zilver een Boergondisch kruis van sabel met over alles heen een zilveren schelp. Schoorsteenlambrizering vroegere raadszaal.


Jean Barthélemy Balthazar de Pitteurs (-Hiegaerts) 1788: van zilver met een groene klimmende leeuw, rood geklauwd en getongd met schuinbalk van goud, beladen met vier zwarte koeken. Plafondlijst vroegere raadszaal.


Trudo Luesemans 1788: gevierendeeld, in I en IV geschaakt van keel en goud in vier rijen, elk van vier vakken. II en III in zilver drie ruiten van lazuur, geplaatst 2-1. Plafondlijst vroegere raadszaal.


Paul Cartuyvels 1927: op lazuur een zilveren, zwemmende zwaan met in het schildhoofd twee gouden sterren. Gebeeldhouwd onder het Trudobeeld in de belforttoren.


Veerle Heeren 2016: in goud een leeuw van keel, met kop en manen van sabel, geklauwd en getongd van lazuur, een gekanteeld schildhoofd van lazuur, bezaaid met venussymbolen van goud. Ingemetseld in de inkomhal.