Villatuin

Parkje aangelegd in 1948 bij de bouw van een villa in Normandische stijl.

De villa werd gebouwd in de tuin van de eigenaars van de suikerfabriek Massin, die rond 1998 werd gesloopt. Het parkje ligt ten zuidwesten van Niel, ten oosten van de Naamsesteenweg en wordt begrensd door de spoorlijn ten noorden, de straat ten westen, het oudere huis en de oprit ervan ten oosten en ten zuiden. De oprit en het houten inrijhek liggen in de zuidwestelijke hoek. Het goed werd na jarenlange leegstand en verwildering in 1983 door de huidige eigenaars gekocht en hersteld.

Een nieuwe beukenhaag, gedubbeld met een rij Servische sparren (Picea omorika) vervangt de muur die het voorheen aan de straatkant afsloot, ten oosten kwam een nieuwe draadafsluiting en ten zuiden bleef de oude meidoornhaag behouden. Ook de oude structuur van de tuin en de oudere bomen bleven onaangeroerd: een ruim grasveld ten oosten, aan de voet van het huis, een tennisveld in de noordoostelijke hoek, dicht struikgewas als afscherming van de spoorlijn en een bomengordel van oudere loofbomen ten oosten en ten zuiden. De vernieuwingen bestaan voornamelijk in de aanplantingen van coniferen – niet optimaal aansluitend bij het oorspronkelijk karakter van de tuin - en van buxusranden rond bestaande rozenperken in het grasveld bij het huis. Ook het oude padenpatroon bleef behouden: rond het grasveld, langs de bomenrand en naar het tennisveld, alsook het tuinmeubilair van gegoten beton als tuinbanken en bloemenschalen.

In de bomenrand: een geënte olm, (Ulmus glabra 'Exoniensis') (355 cm op de ent, op 120 cm hoogte) met drie takken van 80 à 100 cm; een door de bliksem getroffen zilverlinde (Tilia tomentosa) (360 cm, stamomtrek standaard gemeten op 150 cm hoogte) met afgescheurde tak; een treurbeuk (Fagus sylvatica 'Borneyensis') (235 cm); gewone robinia (Robinia pseudoacacia) (350 cm, inclusief de klimop); gewone es (Fraxinus excelsior) (185 cm), gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus (236 cm), gewone beuk (Fagus sylvatica) (300 cm, schade van blikseminslag en schimmel) maar ook magnolia (Magnolia x soulangeana), Amerikaanse eik (Quercus rubra), tamme kastanje (Castanea sativa), grauwe abeel (Populus x canescens) en bij het huis een jongere meidoorn (160 cm).


Bron     : DE MAEGD C. & VAN DEN BOSSCHE H. 2003: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 1: Gingelom, Halen, Herk-de-Stad, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  De Maegd, Christiane, van den Bossche, Herman
Datum  : 2003

Bron: Bevat overheidsinformatie, verkregen onder de modellicentie voor gratis hergebruik Vlaanderen v1.0. URI:
Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Villatuin [online] https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/303131 Geraadpleegd op 12-11-2019

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Strenge, geleerde heren op het 'schoon verdiep'

In de schepenzaal van het 18de-eeuwse stadhuis op de Grote Markt ontvangt het stadsbestuur nu voorname gasten en overheden om beleid te onderhandelen, en akten officieel te ondertekenen. Voor 1800 zetelden hier de schepenen van de beide heren, maar dan werkelijk als rechters in burgerlijke en criminele zaken. Een berucht proces was dat tegen de brandstichters in 1784, Suske de Poup, 't Voorvelleke en hun medeplichtigen.

In dit lokaal hangen zeven ovale stucmedaillons met daarin grisailles op doek. Het trompe l'oeuil van deze grijze schilderijtjes geeft een 3D-effect en was minder duur dan echt modelleerwerk. De onderwerpen moesten de geleerdheid van de zittende heren van deze rechtbank benadrukken. De geest van Verlichting met rede en wetenschap is hier duidelijk aanwezig. De hoe bezoekers van andere steden in de 18de eeuw zullen ogen tekort gehad hebben om dit allemaal te ontcijferen en bewonderen. Dit is duidelijk een pronkzaaltje van de assertieve stad Sint-Truiden. 

De tafereeltjes tonen mollige gevleugelde jongetjes of 'putti' die druk in de weer zijn met kunst en wetenschap: astronomie, architectuur, muziek, alchemie, beeldhouwkunst, handel-rekenkunst en schilderkunst. Niet toevallig signeerde Diestenaar Pieter-Jan De Craen dit laatste tafereeltje met DE CRAEN F(ecit) ! Hij verdiende drie kronen per tafereel met deze opdracht. 



Astronomie: drie putti zijn druk doende met hun observaties. In een leeg decor hanteert een jongetje een zeekijker, gericht naar de hemel. Op de voorgrond bestudeert een staande putto met loep het armillarium op voet. Vooraan liggen nog een telescoop, een passer en een winkelhaak. De zittende putto wijst een plek aan op een wereldbol op voet. 

Alchemie: in een interieur met wandrekken vol rokende kolven, destilleertoestel en vaatjes zijn drie putti aan het werk. Vooraan een rieten bloemenmandje en achteraan een haard. Eén jongetje, zittend op een kussen in een stoel met armleuningen, beoordeelt de inhoud van een glazen kolf, terwijl een destilleertoestel met stookdeurtje overloopt naar een kolf met handvatten. Zijn helper stampt in een vijzel op sokkel producten fijn en het derde figuurtje brengt een kom bij. De strik van het ophanglint is hier rijker dan bij de andere medaillons en gedecoreerd met een bloempjesrank. 


Lees: Franz AUMANN, Symboliek op het 'schoon verdiep' van het Sint-Truidense stadhuis, in Sint-Truiden een zoektocht naar symbolen, Open Monumentendag Vlaanderen, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2002, p. 19-27; Frank DECAT, Sint-Truiden 1784: criminele\nhistories in een Luikse stad, Leuven: Davidsfonds, 2012; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 56-61.