
Groot-Gelmen (Frans: Grande-Jamine; Waals: Gronde-Djâmène) is een dorp in de Belgische provincie Limburg en een deelgemeente van Sint-Truiden. Groot-Gelmen heeft een oppervlakte van 4,92 vierkante kilometer en telde in 2001 556 inwoners. Groot-Gelmen is een Haspengouws landbouw- en woondorp aan de Herk die de oostgrens vormt.

In Galmina verwent de gerestaureerde herberg De Zwaan (°1656) langs de oude landweg tussen Sint-Truiden en Luik zijn klanten. De ‘Genannen’ lieten hun kerk bouwen op de strategische beboomde heuvel in het dorp en dragen ook de zielenzorg voor de bekende Onze-Lieve-Vrouwekapel van Helshoven, op Hoepertings grondgebied. Van ver kwam men in Groot-Gelmen de heilige Bertilia, de moeder van de Drie Gezusters, vereren. Het kasteel De Motte ligt buiten het dorp in de richting van Helshoven.De naam van de bewoners Ulens en de Borman leeft er nog, maar hun gerestaureerde slot kreeg een horecabestemming. In het begin van de jaren 1970 was in dit dorp een selectiemesterij voor varkens, in 1995 vervangen door het Centrum voor Agrarisch Praktijkonderzoek. De voetbalploegen van Gelinden (°1971) en Oud Groot-Gelmen (°1980) gingen in 1992 samen op in Gelmen Vv

De beroemde familie d’Udekem (koningin Mathilde) had iets te maken met het kasteel van Groot-Gelmen.
Het patronaat (een derde tienden) en het Lambertuskapittel (twee derden tienden). Vroege kerstening volgens de patroonheilige Martinus van Tours. In 966 door keizer Otto I afgenomen van de opstandige graaf Rodolf en aan graaf Immo gegeven. Eigen domein van graaf van Loon. Hing juridisch af van Gelinden en was geen heerlijkheid. Groot Loons leengoed Kermpthof op het grondgebied.

Andere kapellen of kerken in de buurt, behalve die van Helshoven: Sint-Jozef, gerestaureerd in 2016 door kerkfabriek. Verder nog een 5-tal private straatkapellen.
De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug.
Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt".
Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon.
