De fruitteelt lokte sinds de jaren 1980 een vervolgde groep Indiërs naar onze stad: de Sikhs. Intussen groeide hun gemeenschap sterk. De vrouwen heten Kaur, de mannen Singh. De Sikhs zijn gekend als harde werkers en dynamische ondernemers, vooral in de fruitteelt en de handcarwash.
Sinds december 1998 is in de voormalige kazernegebouwen in Bevingen een onthaalcentrum voor vluchtelingen uitgebaat door FEDASIL voor gemiddeld een 300-tal personen. Daarnaast is het aantal vreemdelingen in Sint-Truiden verdeeld over tientallen nationaliteiten met vooral Nederlanders en Marokkanen.
De Sikhs vormen een eigen, opvallende gemeenschap door hun kleurrijke klederdracht met tulbanden. In hun tempel wordt het heilig boek gekoesterd. De groep mannelijke vluchtelingen werd omstreeks 2000 aangevuld met vrouwenmigratie.

Stadsgenote Sara Cosemans bestudeerde het fenomeen. In de deelgemeente Halmaal is een tempel gevestigd en ook langs de Diestersteenweg bij de spoorwegbrug is een nieuwbouw ontmoetingscentrum in opbouw. Hun krijgshaftige aard en de gewoonte om een dolk te dragen leidde al eens tot gevechten tussen diverse facties.
Eén van de mooiste zalen in het land. De academiezaal van het Klein-Seminarie onderlijnt de betekenis van deze instelling als het intellectueel centrum van Limburg vanaf 1843 tot na de Tweede Wereldoorlog. Daarbij was vooral na de lessen aandacht voor Nederlandse letterkunde.
De Gentse stadsarchitect Louis Roelandt was door de test
aangezocht om hun hospitaal voor geesteszieke vrouwen te bouwen. Hij ontwierp ook samen met zijn leerling Isidore Gerard de neogotische toren van de hoofdkerk.

Door de scheiding van de beide Limburgen in 1839 moest het Klein-Seminarie van het bisdom Luik verhuizen van Rolduc, nu Nederlands gebied, naar de vroegere abdijsite in Sint-Truiden. Bisschop Van Bommel besefte het belang van dit opleidingscentrum. Bij het enorme complex in de binnenstad was ook een a salle de rhétorique voorzien voor de seminaristen. Het werd tussen 1845 en 1852 een achthoekige centraalbouw met korinthische gegleufde zuilen onder een bijzonder rijkelijk uitgewerkte stucwerkzoldering

. De amfitheatervorm zorgt voor een intimistische verbondenheid van publiek met acteurs op de parterre en een goede akoestiek.
In 1845 was in de zaal het taalgenootschap Utile Dulci actief dat het Nederlands beoefende. Ook een Franstalige tegenhanger, de Société de littérature française, kortweg de Academie, was er bedrijvig. De Vlaamse ontvoogdingsstrijd zorgde af en toe voor wrijvingen, maar uiteindelijk liep toch iedereen in de pas.
Bij de start van de restauratie in 1986 door Herman Vanmeer in opdracht van erfpachthouder stad Sint-Truiden werd vooral de stabiliteit van de zaal hersteld en teruggegrepen naar de oorspronkelijke uitvoering van de "gradins" en de toneelscène. Voor het zitcomfort werd één rij verwijderd, wat het aantal zitplaatsen op 290 vastlegt, eventueel uitbreidbaar. De moderne lichtarmaturen zijn een ontwerp van Herman Blondeel. Een moderne foyer met technische ruimten werd aan de kant van het kerkveld toegevoegd.
Momenteel gebeuren in de akoestisch geschikte Academiezaal regelmatig muziekopnames en is een klassiek programma van internationaal niveau kamermuziek, kamerorkest en muziektheater uitgewerkt in het kader van de werking van cultuurcentrum de Bogaard.