Herdenkingsmonument Wereldoorlogen I en II op het Sint-Martenplein

Herdenkingsmonument Wereldoorlogen I en II op het Sint-Martenplein


Victor De Haen ontwierp het oorlogsmonument op het Sint-Martenplein. De bloementuil is gesmeed door de Truienaar Pierre Radoux. Het monument werd ingehuldigd in 1927 en eert de slachtoffers van Wereldoorlog I, evenals de latere slachtoffers van Wereldoorlog II. Het centrale gedeelte van het monument bestaat uit een groep van figuren in hoogreliëf. De centrale figuur is de patroonheilige van Sint-Truiden, de Heilige Trudo. De lijdende bevolking wordt verbeeld door verschillende personen (soldaten, vrouw, bejaarde man, etc.) van verschillende leeftijden. Het linkergedeelte van het monument vertoont een zwaard, een lauwerkrans en een Belgische leew. Op het rechtergedeelte wordt een fakkel en een lauwerkrant met het wapenschild van Sint-Truiden getoond. Achter het monument staat een vrijheidsboom.


Na de aanval op de forten van Luik, kreeg de Belgische cavaleriedivisie 'De Witte' het bevel in en rondom Sint-Truiden post te vatten. Op 9 augustus 1914 vielen de eerste Duitse cavaleristen Sint-Truiden binnen. Op diverse plaatsen kwam het tot een gewelddadige treffen tussen beide troepen. Enkele Duitse soldaten sneuvelden, waardoor de rest van de troepen gewelddadiger gingen optreden: er werden onder andere verscheidene huizen platgebrand en verschillende burgers werden met bajonet-en lanssteken om het leven gebracht. Ondanks de geweldplegingen overleefde Sint-Truiden de Duitse inval zonder massaal bloedvergieten.


Trudo waakt over zijn stad

Het had niet veel gescheeld of Sint-Truiden deelde het lot van Leuven of Aarschot in augustus 1914. Gelukkig hadden de binnenvallende Duitsers haast en verdedigden de Truiense burgerwachten hun stad tegen ruiterij. Toch vielen er nog een twintigtal burgerslachtoffers, op het verkeerde moment op de verkeerde plek. Daarbij kwamen nog tientallen gesneuvelde militairen.

Toen de majoor van de burgerwacht, burgemeesterszoon Paul Cartuyvels, zelf de sjerp omgorde, liet hij meteen een wedstrijd starten voor een gedenkteken voor de plaatselijke slachtoffers voor de voorbije wereldbrand. Brusselaar Victor De Haen ontwierp een dynamische beeldengroep met de heilige Trudo in het midden, die met een theatraal gebaar de bescherming afsmeekt van de hemel. Niet iedereen was het eens met dit gelovige centrale thema, naar verluidt aangebracht door minderbroeder pater Adjutus die het oor van de burgemeestersfamilie had. Toegegeven, een echt standbeeld van de stichter van Sint-Truiden ontbrak voordien. Nog in 1928 sloeg een onverlaat met de metalen stok van Trudo stukken af van het beeld. In oktober 2019 brak de opgeheven arm opnieuw af, spontaan.

Victor De Haen (1866-1934) brak verder weinig artistieke potten, maar leverde toch ook een marmeren borstbeeld van vader Clement Cartuyvels in opdracht van het stadsbestuur.

Tot voor de aanleg van de omleidingsweg vlak na WO II moest alle verkeer Brussel-Luik via de Luikerstraat, Grote Markt en Tiensestraat (Stapelstraat). Het monument kwam dan ook prominent langs deze as, net zoals het Heilig Hartbeeld in 1935. Het pleintje bij de Sint-Martenkerk kwam vrij in 1911 door de afbraak van enkele huizen en het oude Hospitaal. In 1931 was het Postgebouw door stadsingenieur Govaerts gebouwd in en rond de hospitaalkapel.

Trudo is afgebeeld met staf waarmee hij een bron laat ontspringen waaraan een oude halfnaakte man zich laaft. Rechts een strijdende soldaat met Ardrianhelm en vaandel met recht een burgerwacht met pet en klaroen. De groep links toont als een piëta moeder Vaderland met een gesneuvelde soldaat op de schoot. Een putto kijkt ernaar. Rechts troost een verpleegzuster een stervende soldaat. Enkele details zoals geweer en veldfles.

Het stadsbestuur organiseerde in 1924 een ‘Prijskamp voor een monument der Gesneuvelden van Sint-Truiden ter eere’. De gesolliciteerde ontwerpen mochten maximaal 50.000 BEF kosten en waren in te zenden voor 31 december 1924. De deskundigenjury bestond uit vier vijftigers: Georges Baltus, internationaal actief kunstschilder, leraar sierkunstschool Elsene en oud-Truienaar: Adjutus Drieghe, minderbroeder dogmaticus en geschiedschrijver, en ook vertrouweling van de burgemeestersfamilie Cartuyvels; Guillaume Govaerts, stadsingenieur-architect; Henri Briers de Lumey (ps. Georges Virrès) romancier en politicus uit Lummen, ook lid van de Koninklijke Commissie voor Landschappen. KCLandschappen. werd al eind januari 1925 aan de gemeenteraad bezorgd. De kost voor het winnende ontwerp werd geraamd op 65.000 BEF (GR 09-01-1926). Uit de 23 inzendingen, o.m. van Jules Vits in Melle, kwam onder schuilnaam ‘Remember’ het project door Victor De Haen naar voor, een zestiger uit Etterbeek en al over zijn beste jaren heen. Ander werk van hem waren de Palmboom en de Martelaar in de Kruidtuin Brussel, het nisbeeld van Marnix van Sint-Aldegonde Hoogstraat Brussel en het standbeeld van Wiertz in Dinant.

Een ontwerpmaquette, aangepast aan de uitbreidingen in WO II bleef bewaard, oorspronkelijk in de Academie Beeld, nu bewaard in het Museum Vliegbasis Brustem (Abdijsite). Dit ontwerp toont enkele afwijkingen

Het monument in hoogreliëf in Noord-Franse Euvillesteen werd onthuld op 26 juni 1927. In 1930 kwam er een smeedijzeren hekwerk door de broers Leemans. Na de Tweede Wereldoorlog werden twee vleugels in dezelfde steen toegevoegd met kransen en symbolen van vaderland en stad. Een podium in Ourthe-breuksteen naar ontwerp van stadsingenieur Warniers. Natuurstenen kroonhaken om bloemenkransen op te hangen.

Kunstsmid Pierre Radoux (1864-1939) leverde een smeedijzeren bloemenruiker in zijn befaamde stijl in imitatiebrons en sneed er zijn naam in.

De montage van het gedenkteken in drie grote Euvilleblokken kampte met tegenslag. Waarschijnlijk verloor Trudo toen al zijn arm. Het Belang van Limburg spreekt op 4 november 1928 over vandalen die de arm(en!) van Trudo braken en de helm van een soldaat afsloegen. Die laatste werd in juli 1929 hersteld met cement: het ging om en stuk van de helmrand, zodat dit vandalisme eerder een (spel)ongeval lijkt

Een tweede ‘vandalen’streek in 1930 werd gevolgd door een avondlijke ‘betooging tot openbaar eerherstel’ door de vaderlandslievende verenigingen en een opgemerkt zwakke vertegenwoordiging van het stadsbestuur. De auteur van het krantenartikel in 1930 verwees naar de controverse over de centrale figuur Trudo, en schampte op een bepaalde verdraagzame pers, gekenmerkt door godsdiensthaat, die nog liever een vrouwelijk naaktfiguur het monument zouden later beheersen dan een heilige (HBVL 12 augustus 1930).

De Hongaarse linde, gekozen omwille van zijn niet vervuilende bladerdek, onderging al diverse ingrepen van de boomchirurg o.m. omwille van een afgescheurde gesteltak. Het is de enige overlevende van een boomgroepje, dus geen solitaire ‘vrijheidsboom’ zoals dit op andere plekken wel het geval is. 

Het monument vormt nog steeds het focuspunt van de vaderlandslievende plechtigheden met vlaggengroet, bloemen neerlegging en speechen op 10 mei, 21 juli en 11 november. Het werd als monument beschermd in een thema-actie door minister Bourgeois in 2014, maar deze bescherming werd tijdelijk opgeheven in 2018 om de – intussen uitgestelde - verplaatsing naar de Sint-Martenkerk toe mogelijk te maken.



Illustraties:

- Officiële inhuldigingsceremonie zondag 26 juni 1927, regendag. Op de achtergrond de feest- en filmzaal Palace (°1919) (Coll. W. Ilsbroekx)

Bron: http://www.limburg1914-1918.be
Gegevens: Onroerend Erfgoed Vlaanderen
Foto: Stulens, Peter



ONTDEKKING VAN DE DAG

Baltus, Georges (Richard Michel Guillaume) Marie, kunstenaar

Kortrijk 3.05.1874   Overijse 24.12.1964   Sylvia Hildebrand  Adrienne Revelard  

Zoon van Richard, handelaar koloniale waren  Grote Markt, en Emérense Vanhoren, textielhandelaar . Vader van kunstschilder en architect Ado (1918-1990). Toevallig geboren te Kortrijk bij verwant industrieel Adolf Nijs en Margaretha Baltus tijdens handelsreis. Jeugd in Sint-Truiden, aangetrouwde neef van Aldous Huxley . Kleuterschool zusters en rijksmiddelbare school. Rebels student atheneum Hasselt, jezuiëtencollege Saint-Servais Luik, Bad Godesberg (Bonn). Academie Brussel 1891, leerling van Portaels. Studiereis Engeland en ontdekking Prerafaëlieten. Leerling van Navez. Parijs 1895 Salon Rose-Croix en vriend van Maeterlinck en Pélatain. Firenze 1896-1904, restauratie fresco’s. Huwelijk Munchen 1904 met Sylvia (+1926) dochter van prof. Adolf (von) Hildebrand. Hertrouwd 1947 dichteres Revelard. Leraar glaskunst Glasgow School of Art 1905-1918, maar tijdens vakantie in Sint-Truiden tijdelijk geblokkeerd door Duitse inval augustus 1914. Leraar academie Leuven 1918 en sierkunstschool Elsene 1924. Inspecteur kunstonderwijs Vlaamse landsdeel 1928. Medewerker ‘Le Dessin’ Brugge 1929-1930. Albert Latourstraat Brussel. Sint-Truiden 1946. 

Beïnvloed door Prerafaëlieten en Quattrocento. Symbolist met aandacht voor de femme fatale. Schilderen, lithografie, etsen, glasschilderkunst, kartons voor tapijten, ex -libris, boekillustraties . Dichter, beïnvloed door leraar Victor Remouchamps in het Atheneum Hasselt. Verzamelaar Japanse grafiek. Tentoonstellingen in grote Belgische steden en Biënnale Venetië 1930, 1931 en 1934. Opdrachten van vooraanstaande families en hof. Connecties met koningin Elisabeth. Prijzen Parijs 1927 en Brussel 1935. Gouden medaille Exposition Arts Décoratifs Parijs. Werken in diverse musea Elsene, Leuven, Franse Gemeenschap, Koninklijke Bibliotheek Brussel, London. 

Christina de Wonderbare  1915 en Trudo 1912 (rijksbezit) in OLV-kerk Sint-Truiden

Muurschilderingen galerie Ravenstein Brussel . Glasramen in Sint-Stefanuskerk Sint-Pietersleeuw  uit Koninklijke Kapel Wereldtentoonstelling Brussel 1935 en in gemeentehuis Vorst 1938. Deelname retrospectieve Landschap in Limburgse kunst Hasselt 1954 met Nacht te Velm. Tentoonstelling 100 jaar geboorte in Galerij Regard 17 Brussel 1974. Aquarellenreeks Roches et nuées, lithoreeks Merveilles. Schilderij Boerenkrijg  1914 verworven door stadsbestuur Sint-Truiden 1987.




'Servantes de Saint-Trond', G.M. Baltus 1910 (uit: NORMAN, DELAHOUSSE en DE BRAEKELEER 1991). 


Publicaties: Technics of painting, Glasgow, 1912; vert. A. Van Hildebrand, Le problème de la forme dans les arts figuratifs, Parijs: Bouillon; Strasbourg: Heitz en Mündel; Brussel: Lacomblez, ca. 1903.
Lees: M.C., Georges-M. Baltus, Brussel: Les monographies illustrées, z.j.; P.A. LEGRAND DE REULAND, Georges M. Baltus, (Anthologie des artistes Belges contemporains, 2), Brussel: Pro Tempore, 1939, met o.a. gedicht over Sint-Truiden en schilderij Ordingen kapel; DE SEYN, p. 28-29; P. CLERINX, Bij het schilderij van Christina door mr. Georges Baltus, in Christina de Wonderbare. Gedenkboek 1150-1950, Leuven: Bibliotheca Alfonsiana, 1950, p. 36-38; WIEDAT, p. 21; Raoul CHANET, Baltus, Georges, Richard, Guillaume, Michel, Marie, in Hier en nu Sint-Truiden, nr. 21, 1974, p. 20; Centenaire de G.M. Baltus, tentoonstellingscatalogus, Brussel: galerij Regard 17, 1974; Ivo BAKELANTS, De glasschilderkunst in België in de negentiende en twintigste eeuw. Repertorium en documenten, B., Wommelgem: Den Gulden Engel, 1986, p. 237; Herdenkingsbrochure naar aanleiding van de schenking van het schilderij ‘De Boerenkrijg’ van Georges Marie Baltus, door zijn zoon, de heer Aldo Baltus, aan de stad Sint-Truiden, ST:stadsbestuur; 1987; Anne NORMAN, Anne DELAHOUSSE en Catherine DE BRAEKELEER, Georges-Marie Baltus 1874-1967, z.p., 1991; Kamiel STEVAUX, Sint-Truiden en het ex libris, Sint-Truiden 2003, p. 15-16 noot 41 en 18; BEKTRUI, 1, 2004, p. 10-11; TRUDO, 1993, p. 152-153; Albert BONTRIDDER, Baltus, Ado, in NBIONAT, 7, 2003, p. 19-21; RASKIN, p. 34-35; Alison BROWN, Ray MCKENZIE en Robert PROCTOR, The flower and the green leaf. Glasgow School of Art in the time of Charles Rennie Mackintosh, Edinburgh: Luath Press, 2009, p. 65.