De Oppenheimers: ambiancemakers uit Velm

De Oppenheimers: ambiancemakers uit Velm

Onderschrift bij deze foto

Uit twee opgedoekte fanfares van Borlo en Velm bloeide een heuse blaaskapel. Dat wonder geschiedde in het ‘kultureel centrum’ van de tussenfusiegemeente Borlo in 1975. De naam heeft niets te maken met het Duitse Oppenheim, maar wel met het historische gehucht ‘Oppum’ bij Borlo.

Hun hoofdkwartier is gevestigd in Velm omdat de faciliteiten daar beter zijn. .

Onderschrift bij deze foto

Aanvankelijk bracht de groep vooral Oberbayrnmuziek, die garant stond voor ambiance. Later werd het repertorium uitgebreid met Duitse en Oostenrijkse volksmuziek. Bob van Velm (Gaston Thierie), Maria De Baerdemaker en momenteel Joske Bronckart brachte solo-versterking. De typische kostumering verscheen en de techniek werd steeds professioneler. Dat werd uiteraard opgemerkt door de Truiense Raad van Elf. De eretitel ‘Hofkapel’ mochten ze jarenlang dragen. Enkele mannen van het eerste uur, Jos Orens en Willy Bollinne zijn nu na 40 jaar nog steeds actief. DJ Louis Bollen staat traditioneel in voor geluid en mix, bijgestaan door Thomas Vanmechelen.


Belangrijk in een blaaskapel is de dirigent. Rene Vanderleyden, Nestor Peters, Herman Peters en nu Francis Masure leidden de kapel naar optredens in binnen en buitenland. Ook het repertoire breidde zich uit met hedendaagse ‘Volkstümliche’ muziek of populaire ontspanningsnummers met nadruk op ambiance.

Onderschrift bij deze foto

De Oppenheimers organiseren jaarlijks de op de eerste zondag van oktober hun Oktoberfeesten in Velm en hun Bloesemterras in het Maanhof in Borlo op de vierde zondag van april. De Oktoberfeesten bestaan uit de opluistering van de mis, een aperitiefconcert, veel vlees en zuurkool met de beruchte Oppenheimer halve liter pot en optredens van Oppenheimers met gastgroepen.


https://deoppenheimers.wordpress.com/


ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).