Bloesemzegening

De bloesemwijding in Sint-Truiden

Het ontstaan van de traditionele bloesemwijding  moeten we situeren in de religieuze sfeer van de naoorlogse jaren. Tegelijk was het een triomfalistisch gebeuren, wanneer in de lente de natuur herleeft en de kale bomen na de winter omgetoverd worden in een witte bloesempracht.

Bij een zegening (paarden, honden, auto’s, een nieuw huis…) vraagt men bescherming tegen mogelijke invloeden waarop de mens weinig vat heeft. 

En bij de bloesemwijding worden de weergevoelige bloesems gezegend en hopen we op een goede fruitoogst. De weersomstandigheden zijn cruciaal bij deze regionale economische activiteit. De problematiek in de fruitteelt belangt iedereen aan: bacterievuur, Little Cherry-virus, hoogstamreservaten, klimaatverandering, geopolitieke economische sancties, optimalisatie door schaalvergroting… Naast een wetenschappelijke, economische benadering hiervan blijft de emotionele, traditionele religieuze ‘bezwering’ een psychologische steun voor een deel van de bevolking. Processies zijn een erg zichtbaar en een oeroud gebruik. 

De Fruitoogstfeesten  en de fruitreuzenfamilie  van Sint-Truiden zijn andere lokale uitingen van het koesteren van fruitteelt en –verwerking als welvaart brengende specialisatie. 

Naar jaarlijkse traditie is de prachtige omgeving aan het Romaanse kerkje van Guvelingen  de unieke locatie om de bloesempracht te zegenen samen met de Keizerlijke Commanderie der Edele Haspengouwse Fruyteniers , studiekring Guvelingen, Academie Haspengouw, Toerisme Sint-Truiden, de Tuinbouwschool, de blaaskapel van de chiro Sint-Marten , ...

In den beginne....

In 1951 ging de bloesemwijding voor de eerste maal door in het serene kerkje van Guvelingen. Het was een gelukkig idee van Z.E.H. deken Deneys die de fruitbloei onder Gods milde zegen wilde stellen.
Wij hebben nooit treffender beeld van landelijk schoon gezien”. Zo beschrijft Jan Flamend de zegening der bloesems in De Toerist (jaargang 31,16 april 1952)

Voor de stadsbewoner, die de hele winter op zijn muffe kantoor of in de winderige, grijze straten en pleinen de najaarstijd heeft doorgebracht, is de vroege bloeiweelde een heerlijke afwisseling in het kleurloze van alle dagen. Laat hem onze bloeiende Haspengouwse boomgaarden ontdekken en hij zal zijn ogen niet kunnen verzadigen aan dit wondere schouwspel. Al wie benen heeft, al wie zijn ogen wil laten genieten van het heerlijkste natuurtafereel dat ons land kan bieden, al wie lust heeft om doorheen die weelde te wandelen als in een droomland, kome thans naar Sint-Truiden en omgeving…"

 En al bij de volgende zegening op zondag 20 april 1952 ging de zegening van de bloesemende boomgaarden gepaard met een bezoek aan bloeiend en toeristisch Haspengouw.

Het programma zag er zo uit:

9.00 uur: Beiaardconcert en samenkomst op de Grote Markt
10.00 uur: Gezongen H. Mis te Guvelingen.
11.00 uur: Zegening van de bloemige fruitweiden.
12.00 uur: Ontbinding op de Grote Markt.
13.30 uur: Beiaardconcert
14.00 uur: Gezamenlijke, geleide rondrit in bloeiend Zuid-Limburg.


Alle Truienaren gingen met hun automobiel familieleden mee in de lange stoet door Haspengouw en taart en koffie stond op het programma tijdens de pitstop.
Jaar na jaar namen het aantal deelnemers toe aan de bloesemwijding en werd het van een religieuze activiteit een toeristisch evenement dat een volledige dag duurde.
De beelden pastoor-deken Rutten die vanaf 1966 de boomgaarden zegenden van bovenop een brandladder zijn historisch. Zijn opvolgers gaven er sinds 1994 terug de voorkeur aan de zegening van op een rustaltaar in de boomgaard te laten plaatsvinden.

De laatste jaren is diaken Ivo Dams de grote bezieler van de bloesemzegening. Ook hij legt de nadruk op respect voor de natuur, de kracht van de aarde die ons voedt en waar we dankbaar mogen voor zijn.


Vanaf de jaren 90 werd de bloesemwijding een traditioneel onderdeel van uitgebreidere bloesemfeesten die eerst een weekend en later een maand duurden met elke dag een boeiende activiteit. In 2000 werden de 50ste bloesemfeesten gevierd in Guvelingen en op het Speelhof.

De 65ste Bloesemzegening in 2015 kreeg een retrotintje en in 2020 vieren we de 70ste editie. Voorafgaand aan de bloesemzegeing vindt op de Grote Markt een tractorshow plaats. Ook de tractoren, bijen, fietsen en huisdieren worden tijdens de bloesemwijding gezegend.

Bovendien is er een leuk toeristisch aanbod rond het kerkje: je kan rondkuieren langs gezellige, rijkelijk gekleurde kraampjes. Ruik, proef en geniet van allerlei lokale lekkernijen, vers en recht uit de Haspengouwse bodem, terwijl de kleintjes ravotten en zich uitleven met klassieke boerenspellen.

ONTDEKKING VAN DE DAG

Onze vierde toren staat in Mechelen

De stad Mechelen groeide bij de Dijle en lag in de middeleeuwen dus op de vaarroute tussen Zoutleeuw en Antwerpen in het hertogdom Brabant. De abdij van Sint-Truiden had er ooit haar ambassade.

Het Groen Waterke, een vliet aan de Ankerbrug in de schaduw van de Sint-Romboutskathedraal, is het meest schilderachtige plekje van de stad om te fotograferen. Vlakbij liggen de vluchthuizen van belangrijke abdijen: Affligem, Tongerlo en Sint-Truiden. In de woelige 16de eeuw, toen protestanten in de Nederlanden rebelleerden, hielden de abdijen van het platteland graag een pied-à-terre binnen de veilige wallen van een stad. Die ‘refuge’ was ooit nuttig voor lobbywerk in vredestijd. Zeker in Mechelen, toen zowat de hoofdstad van de Nederlanden.

Ook in Sint-Truiden zochten abdijen en kloosters van de verre omgeving hun toevlucht. We kennen nu vooral nog de refuges van Averbode (Ursulinen) en Herkenrode (vroeger de ‘Broeders’ in de Schepen Dejonghstraat). Jozef Smeesters somt er in de catalogus ‘18de eeuw’ bij de Trudofeesten 1993 nog een hele reeks andere op. De refugie van de vrouwenabdij van Nonnemielen werd later legerkazerne en verdween voor het administratief centrum. De praktijk van zo’n vluchthuis vinden we bijvoorbeeld in het archief van de Zepperse begaarden. Die hadden hun toevluchtwoning in de Gangelofparochie. Ze verhuurden het in 1678 aan een edelman uit Aalst, met last om in oorlogstijd plaats te ruimen. De pachter van de kloosterhoeve kreeg in zijn contract de verplichting om in woelige tijden alle meubels naar Sint-Truiden te voeren. Hij kreeg daarvoor kost en drank. Ook het kloostergraan, waardevast kapitaal, werd altijd naar de zolder in de veilig omwalde stad gereden. Na het ontmantelen van de wallen en poorten in 1675 op bevel van de Franse zonnekoning lag het stadscentrum wel open en bloot.

De Truiense abt Joris Sarens was geboren in Mechelen in 1477. Zijn broer, kanunnik Willem, liet rond 1540 in zijn vaderstad een prachtig gebouw met traptorentje en drie vleugels rond een binnenplaats metselen. Een combinatie van roze baksteen met witte kalkzandsteen. Enkele jaren later erfden broer Joris en de abdij van Sint-Truiden het pand. In 1611 kwam het in louter Mechelse privéhanden. Een stoute Mechelse bron schrijft de verkoop toe aan het geldgebrek van onze abdij, geplaagd door de Opstand in de Nederlanden en Luik.

De ranke traptoren is alleen onderaan nuttig, de rest is pure pronk en status. Wel een boeiende, hoge uitkijkpost in een tijd toen de mensen niet vlogen. Je kan het best vergelijken met het Antwerps torentje in het stadskwartier te Bokrijk. Het beschermde gebouw, lange tijd archief van het aartsbisdom, is in 2000 op kosten van de provincie Antwerpen schitterend gerestaureerd. Het doet onder meer dienst als conferentieplek voor de Belgische bisschoppenraad. De Antwerpse deputatie gaf bij de restauratie een glossy brochure uit in 2000. 


Lees: Linda VAN LANGENDONCK, Monnikenwerk- en engelengeduld: geschiedenis en restauratie van de voormalige refuge van Sint-Truiden te Mechelen, Antwerpen: Provincie Antwerpen Dienst Kunstpatrimonium, 2000.