de Creeft, ridder Ferdinand (Ignace Guillaume Nicolas), koloniaal

Sint-Truiden 17.07.1769 Sint-Truiden 26.10.1852 , x Charlotte Renaud 

Zoon van ridder en officier in Franse dienst Nicolas Bonaventure en barones Isabelle de Heusch van de Zangerije. Officier Franse leger 1787. Regiment prins de Salm-Salm en regiment Royal-Liégeois. Weigerde na de Revolutie de burgereed en emigreerde over de Rijn naar het leger van prins de Condé 1792 als simpel soldaat. Bestreed als kapitein onder Engelse vlag een slavenrevolte op de Antillen. 



Huwde in 1804 met dochter van Zwitsers koloniaal, geboren op eiland Granada en weduwe van geneesheer Ranson. Ontslag uit leger 1806. Uitbater suikerrietplantages, financieel getroffen door afschaffing slavernij. Familie zonder nieuws tot 1816. Terug naar Sint-Truiden 1835 met vrouw, twee kinderen en bejaarde negerknecht Toby. Naturalisatie van Ferdinand tot Belg 1840, nodig wegens zijn dienst in vreemd leger. Koestraat. Zoon Laurent Charles de Creeft-de Creeft, geboren in Granada, huwde in Sint-Truiden zijn volle nicht en werd conducteur Bruggen en Wegen in Gent. Kleinzoon Auguste (°Sint-Truiden 1840) werd kapelaan in Beringen, maar stierf jong.

Grafmonument à la Pugin Schurhoven . Wapenschild : in zilver drie zwarte leeuwen, rood gekroond, getongd en genageld, geplaatst 2-1.

Lit.: L. LECONTE, Le Régiment Royal-Liégeois au service du Roi de France 1787-1792, Moulins, 1944, p. 250-253, eerder gepubliceerd in Le carnet de la Sabretache, nr. 399, 1939, p. 111-114 en passim 1937-1939; Franz AUMANN, Een ontmoeting met het 19de-eeuwse Sint-Truiden. Het oudste deel van het kerkhof van Schurhoven, in: ST19DE, p. 300.


Erfgoud
ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.