Wilderen

Wilderen

Wilderen, van Wilre of het Latijnse villare, omvatte rond 1650 kerkelijk ook Binderveld, Duras, Grazen, Runkelen en Halmaal. Vlakbij de steenweg naar Brussel vertienvoudigde het aantal inwoners tussen 1800 en nu. Veel militairen van de nabije luchtmachtbasis Brustem vestigden zich in een nieuwe wijk. De familie Nicolaï is hier jarenlang gekend als burgemeester en herenboer. Ze baatte tussen 1905 en 1930 een alcoholstokerij uit. Het jenevermerk Altenkorn roept nog herinneringen op. Sinds enkele jaren is de hoeve met stokerij gerenoveerd tot een druk bezochte cafetaria annex stokerij-brouwerij met een rist aan Wilderenbieren en prijzenwinnende whiskymerken. Het stationnetje werd verbouwd tot bread-and-breakfast. 

Onderschrift bij deze foto

Jefke Hinnisdaels stierf in Wilderen op 107 jaar. Als vroegere boodschappenjongen van het kasteel van Duras, oud-mijnwerker en klein boertje werd hij daarmee in 1980 de oudste inwoner van België.
De romaanse toren (ca. 1100) is een overblijfsel uit de vroegste geschiedenis van het Haspengouws kastelenlandschap, en is vermoedelijk gebouwd als onderdeel van een defensief bolwerk van de graven van Duras – als vluchttoren met noodbel. De toren, met rechthoekig grondplan, is opgetrokken uit tufsteen van Lincent, met parament uit Tiens kwartsiet en baksteen. De ‘schilddakvorm’ van de torenspits is bijzonder en weinig voorkomend.


Onderschrift bij deze foto


Willem DRIESEN, Parochiekerk O.-L.-Vrouw Bezoeking, Wilderen, Sint-Truiden, 1984; Piet VERHEYDEN, Driemaal kerkrestauratie… een vergelijking. Van de 19de eeuw tot heden, in Sint-Truidens erfgoed. Vroeger, nu en in de toekomst, Open Monumentendag Vlaanderen, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2014, p. 83-85; Jos RUYMEN, De kerktoren van Wilderen, in ’t Maendachboekje, nr. 65, voorjaar 2015, p. 11-13.Kijk:www.brouwerijwilderen.be


ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.