Trudofeesten 1970, actualisering na de roaring sixties

Trudofeesten na de roaring sixties: actualisering in 1970




Het ‘traditionele’ optochtpatroon werd doorbroken door kleur en beweging. Kunstschilder Ri Coëme, directeur van de Tekenacademie ontwierp deze succesvolle ommegang. Maanden aan een stuk waren her en der in de stad naaiateliers opgericht waar vele vrijwilligers de stijlvolle kostumering maakten voor de 1200 deelnemers. De apotheose was een levensgroot rollend klokkenspel. De jeugd toonde reuzengrote foto’s van geëngageerd gelovig levende figuren waaronder Paus Johannnes XXIII, Helder Camara, Martin Luther King, John F. Kennedy en Gandhi. De wereldactualiteit, ook die van de contestatie, had Sint-Truiden bereikt. Er was geen avondspel in 1970 maar wel op zaterdag 20 september de overbrenging van de relieken van Sint-Trudo van de Sint-Pieterskerk, niet zoals gebruikelijk naar de O-L- Vrouwkerk, omdat deze gesloten was wegens restauratiewerken, maar naar de Seminariekerk in de Abdij.


Wat kon Trudo nog kon betekenen voor de hedendaagse mens. Deken Rutten verwoordde het als volgt: “Het zal wel duidelijk genoeg blijken uit het opzet van onze ommegang dat wij niet wensen toe te geven aan wie-weet- welke reactionnaire triomfalistische tendenzen maar dat wij wel gelovige gemeenschap proberen te zijn, die de Blijde Boodschap wil doorgeven met alle eerlijke middelen - ook de grote - die onze tijd biedt, en dat wij de wegen zoeken te onderkennen waarlangs de Heer vandaag tot de mensen komt.” Het stoetontwerp ging uit van tien onderdelen bestaande uit een Evangeliegroep, gevolgd door een Trudogroep waarin de geschiedenis van Trudo werd verwerkt, afgesloten met een actualiseringsgroep, waarin de betekenis en de zin van Trudo’s voorbeeld voor onze tijd werd aangetoond. Het eerste deel van de stoet had als hoofdthema de Blijde Boodschap - Vrede aan de mensen van goede wil, uitgebeeld door 3 groepen, waarvan de eerste de vrede voorstelt, de tweede de roeping van God en de derde het antwoord van de mens. Het tweede gedeelte van de stoet had als voornaamste motief ‘de eisen van het moderne geloofsleven tegenover deze blijde boodschap’. Dit gedeelte is weergegeven door vier groepen: de persoonlijke inzet uitbeeldt, de trouw van de mens aan God, de sociale rechtvaardigheid en de gelovige optie in elke levensstaat. Het derde deel werd de geloofsbelijdenis rond de verheerlijkte Trudo’.



Er was besloten om de feesten niet langer in juli te organiseren omdat de zomervakantiereizen belangrijk werden, maar in de derde week van september. Op zondag was het vast menu nog steeds een pontificale hoogmis, de reliekenprocessie en het avondspel. Zoals bij de voorgaande edities probeerde men toeristen te lokken en in de stad te houden met concerten en tentoonstellingen. Onder de titel ‘Trudo’s erf’ organiseerde de Geschied- en Oudheidkundige Kring een tentoonstelling, die draaide rond de geschiedenis van de Sint-Truidense parochies, ook van diegene die vroeger afhingen van de Trudoabdij. Verder kon men een fototentoonstelling over Metz van de Truiense fotograaf G. Mathys bezoeken, kunstwerken van de Kunstkring van Sint-Truiden, de postzegeltentoonstelling van de Postzegelkring en een tentoonstelling van poppen en marionetten door Marionettenspel Houtenkop. Aan dat laatste was voorafgaand een ontwerpwedstrijd voor de schoolgaande jeugd van Sint-Truiden verbonden. De stad was rijkelijk versierd door de straatcomités.


Willem Driesen
ONTDEKKING VAN DE DAG

Expo 1907

De ‘Expositie’

De ‘Expositie’ in 1907 was hét supermoment voor Sint-Truiden. Sinds 1860 had het de eerste plaats in Limburg moeten afgeven aan Hasselt. Maar de provinciegouverneur kwam uit Sint-Truiden en een ambitieus team wilde hier de Luikse tentoonstelling van 1905 overdoen. 




In 1907 volgde Sint-Truiden het Luikse voorbeeld van 1905 en hield een provinciale tentoonstelling op een lange strook van de braakterreinen bij het spoorwegstation tot en met het stadspark. Een brug leidde de bezoekers over de Diestersteenweg. De volkswijk De Hel had plaats gemaakt voor het ‘klein stadspark’. Bij de paviljoenen vielen vooral het Paleis de Mijnen en het bouwsel van de steenkoolmijnen van Dahlbush op. De steengroeven van de Ourthe lieten een gedenkzuil oprichten en de oude Parkschool herbergde veilig de tentoonstelling van Oude Kunst.

Een stadsgenoot, baron Henri de Pitteurs-Hiegaerts was sinds 1894 provinciegouverneur en in augustus 1901 werd in Limburg steenkool ontdekt, waar dezelfde familie belangen had. Dokterszoon en bankier Leon Debruyn nam het voortouw. Zijn zwager was notaris Nagels. Ook de ondernemers Baltus, koloniale waren, en Claes-Lekens, bouwpromotor, waren ambitieus. Het organisatiecomité bood een model arbeiderswoning aan het Bureel van Weldadigheid (OCMW), die nog steeds bestaat in de Spoorwegstraat.




Op 28 juli 1907 kon de breedgebaarde, al oudere koning Leopold II met zijn dochter prinses Clémentine vanop de tribune de trekpaarden van Clément Peten uit Velm bewonderen. Ook prins Albert bezocht de tentoonstelling. Op 22 december was het hoogfeest van de belle époque en van de durvende ondernemers in Sint-Truiden voorbij. Meer dan een half miljoen bezoekers en ‘speelreizigers’ – de toenmalige benaming voor toeristen - bezochten expo en stad. De bebouwing in de al geplande nieuwe stationswijk kon starten. Van de expo restte later enkel nog de prestigieuze Prins-Albertlaan en de Expositiestraat, in 1930 vervangen door ‘Astrid’straat. Een gedenksteen staat ingemetseld in een hekpaviljoen van het stadspark. 

Van deze ‘wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar bleven talrijke prentbriefkaarten en een pas in 1910 rijkelijk uitgegeven ‘Guldenboek’ bewaard. Uitzonderlijk ook persoonlijke toegangskaarten met portretfoto.


Gedenksteen als herinnering aan de Expo, gemetseld in één van de ingangspaviljoentjes van het stadspark



Kathleen DIGNEF, De provinciale tentoonstelling van 1907 te Sint-Truiden: de ‘Wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar, in: Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving, Sint-Truiden: GOKSint-Truiden. 2006, p. 115-126.