

Het ‘traditionele’ optochtpatroon werd doorbroken door kleur en beweging. Kunstschilder Ri Coëme, directeur van de Tekenacademie ontwierp deze succesvolle ommegang. Maanden aan een stuk waren her en der in de stad naaiateliers opgericht waar vele vrijwilligers de stijlvolle kostumering maakten voor de 1200 deelnemers. De apotheose was een levensgroot rollend klokkenspel. De jeugd toonde reuzengrote foto’s van geëngageerd gelovig levende figuren waaronder Paus Johannnes XXIII, Helder Camara, Martin Luther King, John F. Kennedy en Gandhi. De wereldactualiteit, ook die van de contestatie, had Sint-Truiden bereikt. Er was geen avondspel in 1970 maar wel op zaterdag 20 september de overbrenging van de relieken van Sint-Trudo van de Sint-Pieterskerk, niet zoals gebruikelijk naar de O-L- Vrouwkerk, omdat deze gesloten was wegens restauratiewerken, maar naar de Seminariekerk in de Abdij.
Wat kon Trudo nog kon betekenen voor de hedendaagse mens. Deken Rutten verwoordde het als volgt: “Het zal wel duidelijk genoeg blijken uit het opzet van onze ommegang dat wij niet wensen toe te geven aan wie-weet- welke reactionnaire triomfalistische tendenzen maar dat wij wel gelovige gemeenschap proberen te zijn, die de Blijde Boodschap wil doorgeven met alle eerlijke middelen - ook de grote - die onze tijd biedt, en dat wij de wegen zoeken te onderkennen waarlangs de Heer vandaag tot de mensen komt.” Het stoetontwerp ging uit van tien onderdelen bestaande uit een Evangeliegroep, gevolgd door een Trudogroep waarin de geschiedenis van Trudo werd verwerkt, afgesloten met een actualiseringsgroep, waarin de betekenis en de zin van Trudo’s voorbeeld voor onze tijd werd aangetoond. Het eerste deel van de stoet had als hoofdthema de Blijde Boodschap - Vrede aan de mensen van goede wil, uitgebeeld door 3 groepen, waarvan de eerste de vrede voorstelt, de tweede de roeping van God en de derde het antwoord van de mens. Het tweede gedeelte van de stoet had als voornaamste motief ‘de eisen van het moderne geloofsleven tegenover deze blijde boodschap’. Dit gedeelte is weergegeven door vier groepen: de persoonlijke inzet uitbeeldt, de trouw van de mens aan God, de sociale rechtvaardigheid en de gelovige optie in elke levensstaat. Het derde deel werd de geloofsbelijdenis rond de verheerlijkte Trudo’.

Er was besloten om de feesten niet langer in juli te organiseren omdat de zomervakantiereizen belangrijk werden, maar in de derde week van september. Op zondag was het vast menu nog steeds een pontificale hoogmis, de reliekenprocessie en het avondspel. Zoals bij de voorgaande edities probeerde men toeristen te lokken en in de stad te houden met concerten en tentoonstellingen. Onder de titel ‘Trudo’s erf’ organiseerde de Geschied- en Oudheidkundige Kring een tentoonstelling, die draaide rond de geschiedenis van de Sint-Truidense parochies, ook van diegene die vroeger afhingen van de Trudoabdij. Verder kon men een fototentoonstelling over Metz van de Truiense fotograaf G. Mathys bezoeken, kunstwerken van de Kunstkring van Sint-Truiden, de postzegeltentoonstelling van de Postzegelkring en een tentoonstelling van poppen en marionetten door Marionettenspel Houtenkop. Aan dat laatste was voorafgaand een ontwerpwedstrijd voor de schoolgaande jeugd van Sint-Truiden verbonden. De stad was rijkelijk versierd door de straatcomités.

De stad Mechelen groeide bij de Dijle en lag in de middeleeuwen dus op de vaarroute tussen Zoutleeuw en Antwerpen in het hertogdom Brabant. De abdij van Sint-Truiden had er ooit haar ambassade.
Het Groen Waterke, een vliet aan de Ankerbrug in de schaduw van de Sint-Romboutskathedraal, is het meest schilderachtige plekje van de stad om te fotograferen. Vlakbij liggen de vluchthuizen van belangrijke abdijen: Affligem, Tongerlo en Sint-Truiden. In de woelige 16de eeuw, toen protestanten in de Nederlanden rebelleerden, hielden de abdijen van het platteland graag een pied-à-terre binnen de veilige wallen van een stad. Die ‘refuge’ was ooit nuttig voor lobbywerk in vredestijd. Zeker in Mechelen, toen zowat de hoofdstad van de Nederlanden.
Ook in Sint-Truiden zochten abdijen en kloosters van de verre omgeving hun toevlucht. We kennen nu vooral nog de refuges van Averbode (Ursulinen) en Herkenrode (vroeger de ‘Broeders’ in de Schepen Dejonghstraat). Jozef Smeesters somt er in de catalogus ‘18de eeuw’ bij de Trudofeesten 1993 nog een hele reeks andere op. De refugie van de vrouwenabdij van Nonnemielen werd later legerkazerne en verdween voor het administratief centrum. De praktijk van zo’n vluchthuis vinden we bijvoorbeeld in het archief van de Zepperse begaarden. Die hadden hun toevluchtwoning in de Gangelofparochie. Ze verhuurden het in 1678 aan een edelman uit Aalst, met last om in oorlogstijd plaats te ruimen. De pachter van de kloosterhoeve kreeg in zijn contract de verplichting om in woelige tijden alle meubels naar Sint-Truiden te voeren. Hij kreeg daarvoor kost en drank. Ook het kloostergraan, waardevast kapitaal, werd altijd naar de zolder in de veilig omwalde stad gereden. Na het ontmantelen van de wallen en poorten in 1675 op bevel van de Franse zonnekoning lag het stadscentrum wel open en bloot.
De Truiense abt Joris Sarens was geboren in Mechelen in 1477. Zijn broer, kanunnik Willem, liet rond 1540 in zijn vaderstad een prachtig gebouw met traptorentje en drie vleugels rond een binnenplaats metselen. Een combinatie van roze baksteen met witte kalkzandsteen. Enkele jaren later erfden broer Joris en de abdij van Sint-Truiden het pand. In 1611 kwam het in louter Mechelse privéhanden. Een stoute Mechelse bron schrijft de verkoop toe aan het geldgebrek van onze abdij, geplaagd door de Opstand in de Nederlanden en Luik.
De ranke traptoren is alleen onderaan nuttig, de rest is pure pronk en status. Wel een boeiende, hoge uitkijkpost in een tijd toen de mensen niet vlogen. Je kan het best vergelijken met het Antwerps torentje in het stadskwartier te Bokrijk. Het beschermde gebouw, lange tijd archief van het aartsbisdom, is in 2000 op kosten van de provincie Antwerpen schitterend gerestaureerd. Het doet onder meer dienst als conferentieplek voor de Belgische bisschoppenraad. De Antwerpse deputatie gaf bij de restauratie een glossy brochure uit in 2000.
