Trudofeesten 1984, een hart voor welzijn

Trudofeesten 1984: een hart voor welzijn

Bij de editie 1984 hanteerde het comité een nieuw concept. Voor het eerst was een thema de rode draad. ‘Een hart voor welzijn’, geïnspireerd op de sterk sociaal ingestelde heilige en het verzorgingscentrum Sint-Truiden, als stad boordevol welzijnsvoorzieningen en projecten. Dat gaf voldoende inhoud voor een massaspel op de Grote Markt, een ziekendag en een muzikale show rond de actieve welzijnsvoorzieningen en welzijnsprojecten en enkele tentoonstellingen. Geen reliekenstoet en historische ommegang meer.


De pubieksteksten hebben het erover hoe de feesten evolueerden van een aloude reliekenstoet en reliekentoning, naar een eigentijds gebeuren waarin de Sint-Truidense bevolking zich wil herkennen in de traditie die van Sint-Trudo stamt en niet terugvallen in “een onvruchtbare nostalgie naar het verleden”.

Deken Jan Rutten, cultuurschepen Marcel Gelders en stadssecretaris Georges Vandenborne hadden reeds in maart 1983 geponeerd dat de bevolking van Sint-Truiden, zowel door haar burgerlijke als door haar kerkelijke overheden, doorheen haar dertien eeuwen geschiedenis, onafgebroken een bijzondere voorrang heeft gegeven aan de zorg voor de armen en de zieken, huisarmen, leprozen, wezen en vondelingen.” Dat thema was op de proppen gekomen in een onderhoud van deken Rutten, schepen van Cultuur Gelders en G. Vandenborne op 17 maart 1983.

Regisseur Paul de Rideaux herschreef het bestaande stuk naar het thema ‘Welzijn’. Twintig taferelen hadden een (religieus-)historische inslag, waarbij men op zoek ging naar de wortels van de Truiense welzijnszorg(instellingen) in de zevende tot de twaalfde eeuw. Aan het einde van het spel werden de relieken plechtig naar de kerk gedragen. In het massaspel werd elke historische uitbeelding ‘gedubbeld’ door een actualiteitsgroep die de zingeving van het historische gegeven moest vertalen naar de moderne christelijke levensopgave.

Het thema ‘Welzijn’ bleek al uit de herhaling van de ziekendag uit 1956 en 1963 met eucharistieviering, koffietafel en ontspanning. Op zaterdag 22 september organiseerde de stad in de Stadsfeestzaal een muzikale show rond de welzijnsvoorzieningen en -projecten in Sint-Truiden met Luc Appermont en optredens van o.m. Joe Harris en Chrissy.


Deze vijfde ‘vernieuwde’ Trudofeesten boden behalve de twee opvoeringen van het massaspel op podium voor het stadhuis in september ook eucharistievieringen met de Trudomis van componist Eduard Loos. De eerste opvoering van het spel moest wegens het slechte weer worden afgelast. De tentoonstellingen onderlijnden het thema: Ziekenzorg in het verleden, Kunst in privébezit, Religieuze kunst in Sint-Truiden. Uiteraard waren de straten verlicht en versiering, kwam er een gedenkpenning, en bood de dienst voor toerisme historische wandelingen aan.

Jan RUTTEN en Kamiel STEVAUX, Kerkelijke kunst in Sint-Truiden, Sint-Truiden: Comité der Trudofeesten, 1984; Ferdinand DUCHATEAU e.a., D’aerme sieckenen t’ontfanghen ende te dienen. Ziekenzorg en verzorgingsinstellingen in Sint-Truiden. Tentoonstelling. Catalogus, Sint-Truiden: Geschiedkundige Kring van Sint-Truiden, 1984. Tentoonstelling Keizerszaal 15-23 september 1984.


ONTDEKKING VAN DE DAG

Brandende bokkenrijders

Brandende Bokkerijders

Blauwe steen

Achter het piramidekerkje van Bautershoven  houdt een blauwe steen zich recht in de graskant. Gelukkig heeft iemand er een boompje naast geplant, anders rij je er zo voorbij.

Hendrik Prijs, onze Limburgse Elsschot, schreef het trieste verhaal van Suske de Poup  en het Voorvelleke . Dat deden later ook historieschrijver Achille Thijs, de dialectkring Het Neigemenneke en historicus Frank Decat.

Die twee bejaarde vagebonden werden volgens de ingekapte tekst op de steen hier levend verbrand begin oktober 1784. Ze hadden de Gebrande winning  in de fik gestoken, verderop richting stad.

Nu laait het vuur daar alleen nog op onder het fornuis om de restaurantbezoekers te verwennen met een zakenlunch. In de zijgevel boven een poortje lees je het jaartal 1785 en de initialen van pachter Van den Hove op de sluitsteen.

Onderschrift bij deze foto

Beruchte Bokkenrijders

De bokkenrijders liggen nog in ons gezamenlijk geheugen, al was het maar door een album van Suske en Wiske. Maar of de twee brandstichters bij zo'n bende hoorden? In elk geval biechtten ze op dat op de heide 't Dekket in Zepperen  een duivelse eed van zwijgplicht was afgelegd. Aanstokers waren vier Walen, maar die zijn nooit gesnapt. Criminelen in de jaren 1700 probeerden wel meer bij de rijke boeren geld af te persen. Ze dreigden met brandstichting in een anonieme brief, vastgebonden aan de ring van de poort. De lemen boerderijen onder strodak waren een weerloze prooi.

Petit en Martens voerden hun dreigement uit maar vielen al snel in handen van de schout, zowat de sheriff of politiecommissaris in die tijd. Ze werden gefolterd bij hun verhoor en terechtgesteld aan het Gebrand Lindeken, richting Zepperen. In de stoet ging het van de stad naar de bewuste plek. Suske (Martens) en het Voorvelleke  (Petit) werden iets voor de middag op twee passen van elkaar aan een balk geketend. Ze leefden volgens het executieverslag nog drie tot vier minuten in het vuur, maar waren na twee uren nog slechts een hoopje asse.

Het Voorvelleke

Dat was de bijnaam van een Franse deserteur, Petit die altijd een lederen smidsvel droeg. Hij huysde, hoetelde en boddelde   met de buurvrouw van Suske en met twee Walen. Zijn veertienjarige zoon kreeg wroeging en praatte zijn vader na één week al aan de brandstapel. Truienaar Suske of Fransciscus Martens was een strodekker en leemplakker uit de Hel , een volkswijk nabij de Diestsepoort. Hij was ooit getrouwd geweest met een ware 'poup' van een vrouw, die stierf op bedevaart naar Compostela. Sus hertrouwde later met de dievegge Anastasia Kaky . Die zorgde voor de vuurlonten. Anastasia was een taai wijf en doorstond eerst de tortuur van tenenrek, duimschroeven en 'Spaanse' spanlaarzen. De strappade of de katrol waarmee de beul haar armen achterwaarts optrok deed Kaky uiteindelijk bekennen. Ze werd als medeplichtige gewurgd en geroosterd op de Grote Markt. Haar verminkte lijk hing later als afschrikking in een gaffel op de gerechtsplek van de abt, nu op de kruising van Tramstraat en Halmaalweg .

Het Zwakke Verzet

Hendrik Prijs gaf zijn roman Het Zwakke Verzet uit in 1942. Hij las daarvoor de originele processtukken door. Een proefje van de woorden die hij Suske in de mond legt: De groote winning stond, lijk de oogst in het veld, van de geweldige hitte der laatste dagen poederdroog en als te wachten op ons vonkje vuur. Met vieren hebben we het hem gelapt. De twee Walen, het Voorvelleke en ik. Petit bracht zijn melkmuil van een zoon mee. Ik keef hem verdacht aan, de kerel had een te eerlijk gezicht om betrouwbaar te zijn en bood te veel tegenstand. 'Hij kan een handje bijsteken', sprak het Voorvelleke, 'hij moet meer man worden'. 'Zijn wij geen mans genoeg, Voorvelleke?' 'Muil, dicht en aan 't werk!'


Mijnheer Keyenberg

De rijke Lambert Keyenberg-Baltus had bij Bautershoven-Bernissem  tussen de twee oorlogen een eigen vliegveld en liet naar verluidt de boodschap op hout uit 1784 vastleggen in de huidige steen aan de wegkant.