In de jaren ’90 verschoven de Trudofeesten naar stadsfeesten met een meer profane inslag. Ze werden niet langer georganiseerd door de parochiale geestelijkheid, maar door de stad. De Onze-Lieve-Vrouwekerk was nog steeds in dure restauratie en het stadsbestuur bood zijn slagkracht aan, niet in 1991, het normale Trudojaar, maar in 1993, het dertiende eeuwfeest van de stad, omdat Trudo in 693 overleed.

Een organiserende vzw “Sint-Truiden 1300” kreeg de burgemeester als voorzitter. De ambitieuze activiteiten liepen van in mei naar een climax in september. Dat hoogtepunt werd de Historische Ommegang, die tweemaal uittrok. Zo’n 1300 figuranten en een 15-tal praalwagen vertolkten in 13 taferelen 13 eeuwen Sint- Truidense geschiedenis. Stadsarchivaris Fernand Duchateau schreef het scenario.
Het openingsspektakel Furora Nocturna door Cirque du Trottoir op 1 mei was de eerste keer dat er marktheater kon gesmaakt worden door het Truiense publiek. Dit zou in latere jaren ‘furore’ maken, onder regie van het cultuurcentrum. Uiteraard waren er ook de liturgische vieringen, concerten zoals Sint-Truiden muzikaal vereeuwigd, zondagwandelen en auto- en fietzoektocht.
Bijzonder in 1993 waren de grote tentoonstellingen Geloof en bijgeloof, Sint-Truidens zilver, Iconografie van Sint-Trudo en Sint-Truiden in de 18de eeuw. Van de drie laatste bleven catalogi in een mooi foedraal over.

Het publiek kon genieten van een klank- en lichtspel rond de abdijtoren op 11 en 18 september, een eerbetoon aan abt Rudolfus en aan alle bouwheren van de abdij. Regisseur Paul De Rideaux liet met 80 lichtprojectoren, een rookinstallatie en krachtige geluidsapparatuur de omgeving van de abdijtoren baden in een zee van licht, klank en muziek. Het ging hier om een indrukwekkende coproductie van het cultuurcentrum, het Aangenomen College en de Groep Pol Stas.


De Historische Ommegang op de zondagen 12 en 19 september lokte volgens de politie 40.000 toeschouwers lokte. Dansleraar en choreograaf Siegfried Cobaro bracht dertien bewogen eeuwen in beeld, waaronder als blinkvanger dansende vrouwen rond het Narrenschip op wielen.

Ook de heemkundige kring, de postzegelkring Sint-Trudo, de Koninklijke Kunstkring en plaatselijke kunstenaars stelden tentoon. Bij de afsluiting van deze feesteneditie op 23 november verscheen een goudkleurig gestileerd Trudobeeld als symbolische verbinding tussen de drie torens op een hoge blauwe paal op het Abdijplein. Kunstenaar was Hugo Duchateau.

Clement Cartuyvels was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek.

De bank Cartuyvels:

Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na.
