
Normaal moest er opnieuw zeven jaar gewacht worden na 1993, maar de vzw Sint-Truiden 1300 hernam het oude ritme en de feesten in dezelfde geest opgevat als die van 1993 brachten hun dynamiek al in 1998 . Muzikale optredens, tentoonstellingen, wandelingen, een fotowedstrijd, twee ommegangen en twee avondspektakels. Het openingsspektakel kaderde in een nieuwe hype van openlucht- en straattheater. Maar de ommegang met historische inspiratie was opnieuw het topevenement. Coördinator was Marleen Wulms. Siegfried Cobaro tekende opnieuw voor de regie van de kijkspektakels in september. In de ommegang beeldden veertigtal groepen acht thema’s uit: I. Het feest van Sint-Trudo; II. Bouwen van abdij en stad; III. ‘Het schip op wielen’; IV. Feest van de vrijheid; V. Riddertornooi; VI. De legende; VII. Feest op de Markt; VIII. Finale. Losse thema’s waarin de rode draad het feestelijke was. Deken Schotsmans was ondervoorzitter van de vzw Sint-Truiden 1300.

Tijdens deze feesten vervolgde de tentoonstelling ‘Sint-Truiden ingekaderd’ met het bereik 1830-1914 de vorige expo rond de stad in de 18de eeuw. ingericht.
In 1996 was Sint-Truiden gaststad geweest van het internationaal openluchttheaterfestival van de provincie Limburg. In 1997 had Royal de Luxe de voorstelling ‘Le Péplum’ gebracht. Die lijn werd in 1998 doorgetrokken met het openingsspektakel Les Oiseaux de Feu op 22 augustus. Daarbij werd er gehannest met vogelachtige droomvoertuigen, gezichtsbedrog en een zee van vuur en vuurwerk . Groupe F toverde de Grote Markt om in een vlammenzee. De vuurvogels vlogen klapwiekend hun amoureus steekspel tegemoet en namen het betoverde publiek mee op hun tocht.

Het efficiënte romeinse weggennet, zoals de ‘kassei’ Tongeren-Tienen, verviel in de vroege middeleeuwen. Waar geen bevaarbare waterlopen waren, was men opnieuw aangewezen op lokale onverharde verbindingen met diverse alternatieven naargelang de seizoensmodder. Terwijl het Luikerland in de 18de eeuw steenwegen aanlegde voor economische ontsluiting zoals de weg Luik-Sint-Truiden(-Brussel) in 1715-1740, was de Franse bezetter rond 1800 vooral militair gemotiveerd voor snelle, rechtlijnige verbindingen. De ‘Route Napoleon’ of het deel Maastricht-Tongeren van de verbinding Keulen-Duinkerken werd in 1804-1813 afgewerkt.



Het was wachten op de Hollanders en hun Waterstaat-ingenieur De Sermoise om op 9 december 1817 de eerste steen te laten leggen aan de Sint-Truiderpoort in Tongeren door de provinciegouverneur. Het tracé dwars door de velden en weiden trok al snel handel en bewoning van de opzij liggende dorpskernen aan, getuige de jaartallen op vele gevels en de verbindingen zoals de dreef te Ordingen. De oude ‘Truierbaan’ in Rijkel verviel tot veldweg. Een tolbarreel aan het kruispunt met de Houtstraat Brustem deed dienst tot in 1867 deze gebruikersbijdrage werd opgeheven.
De weg naar Tongeren startte aan de oude Brustempoort. De beginkilometers waren gekend voor het omtuinde Casino (1862), het huis Moreau (1872), de arbeidershuisjes en het koetsenatelier Vanslype op de Pinberg en later voor de Veiling Haspengouw (1939-2017) en toegangen tot de Industriezone Schurhoven.
Na deze steenweg voltooide men vanuit de stad Sint-Truiden de kasseiwegen naar Hasselt (1838), Diest (1844) en Namen (1855).
In augustus 1914 kon de Duitse ruiterij haar opmars van Tongeren naar Sint-Truiden (en Orsmaal) ongestoord uitvoeren. Ze staken huizen in brand op de Pinberg, maar ter compensatie kwamen er nog voor het oorlogseinde enkele ‘Pruisenhuisjes’ of modelwoningen langs de Tongersesteenweg.