
In 1788 startte de eerste drukkerij in het toevluchtsoord Sint-Truiden, grensstad met Brabant en abdij/kloosterstad. Jozef Michel en zijn vakgenoot Antwerpenaar Jan Bernard Smits ontvluchtten het Oostenrijks gebied vanuit Leuven naar het Prinsbisdom Luik. Ze drukten anti-keizerlijke pamfletten van ondermeer de verzetsman Van den Elsken. Na de Brabantse Omwenteling keerde Michel rond 1791 terug naar Leuven. Smits die nogal wat verhuisde van Stapelstraat, Grote Markt naar Botermarkt en zijn laatste IMPRIMERIE betrok in de Steenstraat of Diesterstraat, hoek met Abdijstraat, werd na zijn dood in 1827 opgevolgd door zijn leerling en schoonzoon Jan Lambert Milis. Smits is vooral bekend van zijn almanakken, waarvoor kanunnik Simon Michaël Coninckx humoristische teksten schreef. Een zekere Lambert Stas-Titeux, gehuwd met een Milis?, noemt zich in 1826 stadsdrukker. In 1863 stopte de oudste drukkerij Michel-Smits-Milis in Sint-Truiden met de uitwijking van drukker Hubert Milis naar Maaseik. Eerder hadden de Milissen ook in Hasselt al een drukkerij gesticht.
Uitgever-auteur en taalijveraar Willem Vanwest-Pluymers (1801-1884) in ‘Het Rode Kruis’ in de Diesterstraat hoort bij de tweede generatie Truiense drukkers. Zoon van een chirurg en broer van drukker Jean Vanwest-Rausch. Hij was ondermeer uitgever van de vermaarde ‘School- en Letterbode’ en verwierf in 1836 de bibliotheek van kanunnik Coninckx. Zijn nichtje Angeline Hubertina Schoofs startte met haar broer Edmond een eigen boekhandel-drukkerij, verdergezet net voor 1900 op de Grote Markt door Alfons Duchateau. Willem Vanwest’s schoonzoon Jan Trudo Schoubrecht (1818-1891) drukte in de Beekstraat 22 en had een dochter Elisabeth, die in 1884 huwde met W.J.T. Gustaaf Moreau (1852-1935). Gustave drukte in de ‘Steenstraat’ (Diesterstraat) in het ‘oud huis Vanwest-Pluymers’. Hun zoon Paul Moreau (1901-1966) zette de zaak verder. Sint-Truiden was gedurende de hele 19de eeuw een belangrijk centrum voor religieuze literatuur en schoolboeken. Andere drukkersnamen zijn J.F. Joachims-Claes, Jean Vanwest-Rausch, Hubert De Cocq-Creten, F. Pluymers, Jozef Leenen, Hubert Vanwest-Dubois, lithografisch drukker Georges Van West-Gilkens, H. Degeneffe-Wijnants, J. Gerstmans, Alfons Duchateau, broers en zusters Herman, zusters Hoebanx, Trudodrukkerij Jozef Poelmans, fotografie A. Rietjens, Fr. Vanderbeek, Patria August Swennen, H. Schevels-Swartenbroux…

Al was Sint-Truiden tot in 1873 de stad met de meeste inwoners in Limburg, toch bleef het inzake pers achter op Hasselt en Tongeren. Er waren veel starters maar weinig blijvers. De ‘Gazette van St.-Truiden’ was tussen 1871 en 1914 het wekelijks partijblad van de Katholieke associatie en de Cerkel. Het kwam van de pers bij Schoubrechts-Van West en Van West-Dubois in de Stapelstraat. Vanaf 1907 bij Gustave Moreau in de Diesterstraat, met een oplage van 3.000 en een abonnementsprijs van 2,50 frank en een nummerprijs van 5 centiemen, verschijnend eerst op zondag en vanaf 1895 op zaterdag. Het blad gaf een overzicht van politiek en militair nieuws van binnen- en buitenland, verslagen van Kamer en Senaat, stadsnieuws, een juridische kroniek, kerkelijk nieuws, kunstnieuws en natuurlijk advertenties van handelaars en notarissen. In 1889 drukte Gustave Moreau-Schouberechts ‘De Schildwacht’ van het Sint-Jansgenootschap en in 1890 ook ‘De Sint-Jansbode’ van de Sint-Jorisgemeenschap en het Berchmansgenootschap van J.B. Senden, in 1904 het blad ‘Rafaël’. In 1893 verscheen in de Steenstraat het wekelijkse aankondigingsblad ‘De kleine affiche van het kanton St. Truiden’, en vanaf 1895 de schoolbladen ‘Le Petit Moniteur du Seminaire de St.-Trond’ en ‘La Pointe’, In 1896 ‘La Colombe’ voor de duivenliefhebbers.
Concurrent van de eerder elitaire ‘Gazette’ met de leuze ‘Doet, en laat ze zeggen’ en ‘Katholiek, Volks- en Vlaamschgezind’ werd het katholiek werkmansblad ‘De Tram’ bij de Sint-Lutgardisdrukkerij van Jozef Leenen in de Hamelstraat. Dit weekblad verscheen tussen 1893 en 1967 en was dus lange jaren nog de enige echte lokale krant alvorens de Hasseltse Theelen-uitgaven “Hier Sint-Truiden” en “Het Belang van Limburg” té grote concurrenten werden. Lokale pennestrijd met de liberale oppositie werd in de 19de eeuw gevoerd langs de bladen ‘Het Regt’ en ‘De Truienaar’, die regelmatig moesten herstartten onder de naam ‘nieuw’.
Documenten uit de nalatenschap van de bekende fabeldichter kanunnik Simon Michaël Coninckx (1750-1839) werden via de toenmalige deken Jan Rutten door de familie Moreau aan de Geschied- en Oudheidkundige kring van Sint-Truiden bezorgd, o.m. het handschrift ‘journal d’un Voyage de Francfort à Rome par le Tyrol en 1772’ en de veilingscatalogus van zijn bibliotheek. Bibliografie: Guido WULMS, Het reisjournaal van Simon MichaëlConinckx 1775. Inleiding en tekstuitgave, (extra-nummer Appel), maart 1998, Sint-Truiden; Guido WULMS en Jozef SMEYERS, Het reisjournaal van Simon Michaël Coninckx (1772-1775). Inleiding en tekstuitgave, Facultés universitaires Saint-Louis. Studiecentrum 18de-eeuwse Zuidnederlandse Letterkunde, (Cahier, 16A en B), Brussel, 1997;
Brochures gedrukt door Moreau, aangetroffen in het werkhuis, maart 2006, geven een idee van de drukopdrachten voor onderwijs- en overheidsinstellingen:
Anekdote: tot in WO II was de handelszaak aan de Diesterstraat ook bekend als "'t Rood Kruis". Toen er echter gewonde soldaten werden binnengebracht, in de veronderstelling dat het een Rode Kruis-post was, werd die benaming niet meer behouden (Peter De Roover).
De nog bij de familie Moreau bewaarde jaargangen 1907, 1908, 1910, 1911 en 1912 (t.e.m. nummer 33) van de ‘Gazet’ werden rond 2000 in opdracht van de stedelijke bibliotheek Sint-Truiden op microfilm gezet i.s.m. het Documentatiecentrum van de Provinciale Bibliotheek te Hasselt, dat een dubbel bewaart.
In maart 2006 stopte de verkoop in de papierhandel met juffrouw Francine Moreau in de Diesterstraat 18. De familie schonk een handdrukpers ‘J.P. Lejeune’ ‘à Bruxelles’ ‘205’ aan het stadsbestuur met voorwaarde ze publiek tentoon te stellen als blijvende herinnering aan de drukkerij Moreau. Deze pers kon overleven in erg goede staat omdat ze nog lang voor notarisaffiches werd gebruikt. Ze ademt volledig de sfeer van de vroege nijverheid +-1840 met architectuurelementen zoals zuiltjes en zittend leeuwtje met poot op kanonbal (Waterloo) als tegengewicht in gietijzer. Ze werd einde maart gedemonteerd door het stadswerkhuis in het werkhuis achteraan, ingang Beekstraat. Lejeune was blijkbaar drukker-uitgever in Brussel, zo werd in 1826 bij hem een typografiehandboek van M.A. Brun uitgegeven. Een bron heeft het over een courant Engels drukpersmodel dat in aangepaste vorm door tal van firma’s zoals Jullien, Lejeune, Gilson en Uytterelst werd geleverd. De koperen constructeurplaatjes werd achteraf ingevoegd in twee ruitvormen.
Dorpskenner Hubert Hoche (+) van Kerkom liet in 2002 een raadseltje oplossen, dat de Open Monumentendagfolder in 1990 open liet. Hoog in de kerktoren zit een verweerde steen met wapenschild ingemetseld. Met hulp van een verrekijker en het wapenboek van de Belgische adel kennen we nu wel het antwoord: Hyacinthe de Chestret, Luikenaar van formaat, liet er zijn merk achter.
Zeer waarschijnlijk sponsorde hij de heropbouw van de kerktoren in 1861 naar ontwerp van Isidore Gérard. Rond die tijd werd hij levenslang burgemeester van Kerkom. Hyacinthe was oud-militair, liberaal senator én suikerfabrikant in Bernissem. Hij trouwde in 1834 met de dochter de Selys van het lokale Alsterdomein. Voor een goed begrip: het gaat om het zogenaamde ‘Rood Kasteel’, waar zijn familie in 1889 het mooie kasteeltje bouwde midden in een groot Engels landschapspark. Paul Hayen (+) legde er later zijn stoeterij ‘Darby Farm’ aan. De dreef van aan de Naamse Steenweg leidt naar het ander, ‘Wit Kasteel’ van Kerkom, eigendom van de Brouckmans en later van Porreye.
In 1852 kreeg bietsuikerbaron de Chestret van Leopold I een echte titel met kroon. Die prijkt met z’n negen parels boven op het wapenschild. De geelgrijze mergelsteen heeft intussen wat parels laten vallen, maar het familielogo is nog best herkenbaar. In heraldisch jargon luidt het: doorsneden van zilver, met een leeuw van sinopel, gekroond met goud, getongd in keel, met op azuur drie zespuntige gouden sterren. Het schil is getopt met een baronnenkroon en gehouden door twee gekroonde en omgewende gouden leeuwen. De steen op de kerktoren toont nog twee gekruiste palmen onderaan. Natuurlijk zit er geen kleur (meer) op de mergel, maar in mensentaal heeft het schild beneden een groen leeuwtje op wit en bovenaan drie gele sterren op blauw. Twee gele leeuwen houden het blazoen recht. Die zien er met hun abnormaal naar buiten gekeerde muilen vervaarlijk lelijk uit.
Mergel is versteende kalkmodder, opgebouwd uit de skeletafval van zeediertjes, 66 miljoen jaren oud en gezaagd uit groeven in Zuid-Oost-Limburg. De juiste naam is Maastrichtersteen of krijtsteen. Architect Gérard gebruikte mergel ook voor versieringen aan zijn andere gebouwen, zoals het afgebrande kasteel van Nieuwerkerken, het afgebroken casino op het huidige Europaplein of het kerkje van Ordingen. Als Henegouwse leerling van de Gentenaar Louis Roelandt vestigde hij zich in onze provinciestad rond 1848, maar verliet ze in 1861 om stadsarchitect te worden in Hasselt. Hij vertrouwde op de zachte Limburgse steen die je kan bewerken met timmermansgereedschap zoals zaag en schaaf. Maar uitstekende reliëfdetails in mergel verweren gemakkelijk, zo bleek later.

De steen in gele mergel zit boven de ingangsdeur
Overigens heeft de Sint-Maartenskerk op de valleihelling van de Cicindria , ondanks de verwoestende brand van 11 januari 1975, nog wat leuke details in petto: jonker Laurens van Alster liet er zich in 1539 voor eeuwig verstenen in harnas, met lang ruiterzwaard en met de voeten rustend op z’n hazewind. Het kerkhof van Kerkom telt veel oude grafkruisen, al vanaf 1623, en op de hekpijlers zijn van de ingang zijn evangelieteksten gebeiteld.
Wie er het fijne van wil weten kan terecht in de stedelijke openbare bibliotheek, in het fonds Trudonensia, waar per dorp een documentatiemap is aangelegd. Over mergel is er de ‘Atlas natuursteen in Limburgse monumenten’ geschreven door Roland Dreesen en Michiel Dusar. Om wapenschilden te ontcijferen neem je best het ‘Wapenboek van de Belgische adel van de 15de tot de 20ste eeuw', in 1992 geschreven door Paul Janssen en Luc Duerloo.