Het Astronomisch Compensatieuurwerk

Het astronomisch compensatieuurwerk

Onderschrift bij deze foto

Het astronomisch compensatieuurwerk van Kamiel Festraets is "het grootste en het volmaaktste tot heden vervaardigd". 

 Het is 6m16 hoog, 4m lang en 2,50m breed. Het weegt 4000kg en bevat meer dan 20.000 stukjes. De beeldjes aan de voet van het uurwerk stel­len de jaargetijden voor. Ze luiden de klokken ieder kwartier. Op het uur slaat de grote klok. Rechts boven bevindt zich de mechaniek van het bei­aardslagwerk, links die van het slagwerk. In het midden boven de grote klok, zit het kwikcontact. Op de 19de minuut na ieder uur komt dit in bewe­ging. De motor zorgt nu voor de elektrische opwinding van de 3 gewich­ten (85 kg) aan de zijkant.

5m hoog prijkt het schild met het uur met een fabel van La Fontaine : de Haas en de Schildpad. In de hoeken ziet u de eerste vier Belgische vorsten. Daarboven zit een mechanische zonnewijzer. Elektrisch licht vervangt zon­licht. Het is de schaduw van de stand die wijst naar het uur van Greenwich. Op 6m hoogte : "Tempus fugit" : "De tijd vliegt heen". De stoet der middeleeuwse ambachten: de magistraat salueert; verder ziet u de beenhouwer, brouwer, bakker, lintverkoper, kleermaker, pelzenmaker, schoenma­ker, smid, timmerman, vetter, verver en wever.

Pietje de dood
stoet der ambachten





ONTDEKKING VAN DE DAG

Expo 1907

De ‘Expositie’

De ‘Expositie’ in 1907 was hét supermoment voor Sint-Truiden. Sinds 1860 had het de eerste plaats in Limburg moeten afgeven aan Hasselt. Maar de provinciegouverneur kwam uit Sint-Truiden en een ambitieus team wilde hier de Luikse tentoonstelling van 1905 overdoen. 




In 1907 volgde Sint-Truiden het Luikse voorbeeld van 1905 en hield een provinciale tentoonstelling op een lange strook van de braakterreinen bij het spoorwegstation tot en met het stadspark. Een brug leidde de bezoekers over de Diestersteenweg. De volkswijk De Hel had plaats gemaakt voor het ‘klein stadspark’. Bij de paviljoenen vielen vooral het Paleis de Mijnen en het bouwsel van de steenkoolmijnen van Dahlbush op. De steengroeven van de Ourthe lieten een gedenkzuil oprichten en de oude Parkschool herbergde veilig de tentoonstelling van Oude Kunst.

Een stadsgenoot, baron Henri de Pitteurs-Hiegaerts was sinds 1894 provinciegouverneur en in augustus 1901 werd in Limburg steenkool ontdekt, waar dezelfde familie belangen had. Dokterszoon en bankier Leon Debruyn nam het voortouw. Zijn zwager was notaris Nagels. Ook de ondernemers Baltus, koloniale waren, en Claes-Lekens, bouwpromotor, waren ambitieus. Het organisatiecomité bood een model arbeiderswoning aan het Bureel van Weldadigheid (OCMW), die nog steeds bestaat in de Spoorwegstraat.




Op 28 juli 1907 kon de breedgebaarde, al oudere koning Leopold II met zijn dochter prinses Clémentine vanop de tribune de trekpaarden van Clément Peten uit Velm bewonderen. Ook prins Albert bezocht de tentoonstelling. Op 22 december was het hoogfeest van de belle époque en van de durvende ondernemers in Sint-Truiden voorbij. Meer dan een half miljoen bezoekers en ‘speelreizigers’ – de toenmalige benaming voor toeristen - bezochten expo en stad. De bebouwing in de al geplande nieuwe stationswijk kon starten. Van de expo restte later enkel nog de prestigieuze Prins-Albertlaan en de Expositiestraat, in 1930 vervangen door ‘Astrid’straat. Een gedenksteen staat ingemetseld in een hekpaviljoen van het stadspark. 

Van deze ‘wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar bleven talrijke prentbriefkaarten en een pas in 1910 rijkelijk uitgegeven ‘Guldenboek’ bewaard. Uitzonderlijk ook persoonlijke toegangskaarten met portretfoto.


Gedenksteen als herinnering aan de Expo, gemetseld in één van de ingangspaviljoentjes van het stadspark



Kathleen DIGNEF, De provinciale tentoonstelling van 1907 te Sint-Truiden: de ‘Wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar, in: Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving, Sint-Truiden: GOKSint-Truiden. 2006, p. 115-126.