het schip van Festraets

Het schip van Kamiel Festraets

Onderschrift bij deze foto

Het schip in Festraetstudio is 7m lang met in de romp 24 ramen. De bovenste ramen omlijsten 12 wereldhavens. Golfjes bewegen (hoog en laag water). In het raam vlak eronder zit een wijzerplaat met het uur van hoog en laag tij. Dit wordt veroorzaakt door de aantrekkings­kracht van zon en maan. Bij nieuwe en volle maan (springtij) werken zon en maan beide in dezelfde richting. In de kwartierstanden van de maan werkt de zon tegen en ontstaat doodtij.

Het panorama schuift weg. Het schip reist naar een andere wereldhaven door volle zee : golven gaan op en neer. In volle oceaan, ’s nachts, breekt een onweer los. Een bliksemschicht doorklieft de lucht, er is dondergerom­mel.


Er zijn enkel daagse getijden.

vak nr. 1 : Saigon, waar het verschijnsel zich eenmaal daags voord­oet. De andere havens hebben dubbel of half-daagse getijden. Er zijn ook gemengde getijden, wanneer het getij nu eens enkel, dan weer dubbel­daags is, hoewel in de Middellandse zee de getijden gewoonlijk niet waarneem­baar zijn. Er zijn plaatsen, zoals Marseille of Napels, waar praktisch geen getij is.

vak nr. 2 : Oostende. Is het in Oostende hoog water om 0 uur, dan is het in Londen hoog water om 1.52 uur, in Antwerpen om 3.20 uur, in Shanghai om 17.20 uur. De cijfers zijn aangebracht op al de wijzerplaten. Is het in Oostende laag water om 6.50 uur, dan is het in Londen laag water om 7.6 uur, in Antwerpen om 7 uur, in Shang­hai om 7.40 uur. De wijzers op de uurplaten draaien in de richting van de wijzers van de klok. Is de wijzer in de rode sector, dan loopt het water op; is de wijzer in de witte sector loopt het water af. Meestal heeft het water meer tijd nodig om af te lopen, dan om op te komen. 

Vak nr.3: London. In het bovenraam ziet u golfjes op hetzelfde uur als in werkelijkheid.

Hilde Hendricx
ONTDEKKING VAN DE DAG

De bieten- en fruitspoorlijn (1879) tussen Tienen, Sint-Truiden en Tongeren

In 1879 werd een spoorlijn geopend tussen Neerlinter en Tongeren. Vooral bedoeld om in onze omgeving bietsuikerfabrieken (Ordingen en Bernissem) en de opkomende fruitexport naar het Duitse Ruhrgebied te bedienen. Door het heuvelige terrein waren dijken en doorsnijdingen noodzakelijk. Zo ook op de Honsberg op het drielandenpunt tussen Ordingen-Rijkel-Zepperen, met overbrugging.



Het private project voor Aken-Brussel mocht niet concurreren met de bestaande staatslijn Tienen-Luik en werd dus beperkt tot een kronkelend tracé Neerlinter-Tongeren. Aanvankelijk waren er ook weinig haltes (Zoutleeuw, Ordingen, Borgloon en Pringen), maar dat werd in 1897 aangevuld met haltes in Wilderen, Melveren, Bernissem, Hoepertingen, Kerniel en Jesseren) Daarom kreeg het bareelwachtershuisje uit 1878 in Wilderen in 1896 een heus station tegenover zich. 

Station Wilderen


In de Eerste Wereldoorlog werkten de Duitsers aan de missing link Tongeren-Aken met viaduct in Sint-Martensvoeren.

Verdwenen station van Ordingen 1897 met links stationsherberg 1895

In 1957 werd het personenvervoer op deze lijn 23 gestopt en vervangen door autobuslijnen. In 1968-1988 verdween ook het goederenvervoer voor lokale nijverheden. De sporen werden geleidelijk opgebroken tussen 1968 en 1989. In 1992 kwam er een toeristisch fietspad op het (deels) bewaard gebleven tracé.

Ordingen werd, weliswaar meer naar Zepperen toe, een draaischijf van goederen- en personenverkeer. En uiteraard kwam er de onvermijdelijke stationsherberg (1895). Het station maakte plaats voor de N718, bedoeld als oostelijke omleiding rond Sint-Truiden en aansluiting op de beruchte A24-autosnelweg., maar slechts uitgevoerd tussen Melveren en Ordingen.


Jammer genoeg waren spoorlijn en brug ook plaatsen van wanhoopsdaden en dramatische ongevallen. Zo ontdekten stationschef Miel Mommen en arbeider Lowieke Mertens in april 1943 'het lijk van een onbekende vrouwspersoon van ongeveer vijf- en twintig jaar'. De vrouw was ongelukkig op een betonnen seindraadpaaltje terechtgekomen bij haar ontsnappingssprong uit het Jodentransport XX vanuit de Dossinkazerne in Mechelen, gesaboteerd in Boortmeerbeek.

Stationschef Miel Mommen met zijn kleindochter, ca. 1940 in Ordingen

Nu is de spoorweg'zate' een verwilderde oase voor wild en vogels, hazelwormen, wijngaardslakken en dassen. Maar ook een magneet voor sluikstorters. Sommige delen van de spoorberm worden beheerd door natuurpunt omwille van de uitzonderlijke flora zoals knolsteenbreek, bosanemoon, slanke sleutelbloem, wilde marjolein, muskuskruid en brede wespenorchis. 


De brug over de spoorweg bij het 'driegemeentenpunt' Rijkel-Ordingen-Zepperen



Lees: 'Zepperen in Twee Grote Oorlogen', Remacluskring, 1994, p. 182-190; ‘Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914’, tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden: vzw Sint-Truiden 1300, p. 120; Robert NOUWEN, ‘Het Fruitspoor: spoorweglijn 23 Drieslinter-Tongeren’ in ‘Tongerse Annalen’, december 2019, p. 8-25.
Kijk: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobje.../304755; Item over het bieten- en suikerspoor lijn 23 op www.haspengouw.tv