Feesten en optochten zijn van alle tijden. Naast de religieuze processies en de officiële blijde intredes van vorsten was het ook in Sint-Truiden de gewoonte om uit de bol te gaan net voor de strenge kerkelijke vastenperiode begon. Abt Rodulf verhaalt in zijn unieke abdijkroniek hoe een schip op wielen, een ‘zeekar’ of carrus navalis in de stad verzeilde. Voor veel carnavalhistorici is dit dé start van de traditie in Sint-Truiden. De oude papieren spreken van een kameel, door het stadsbestuur ingehuurd voor een stoet rond 1500 en in 1549 overleefde de Truiense ‘Grote Man’ of houten reus op verplaatsing een processie in Hasselt niet.
De grote ommegang bij de Trudofeesten, een semi-religieuze aangelegenheid, groeide uit het jaarlijkse ‘tonen’ van de relieken van de stichter. Abt Willem van Rijkel besliste in 1279 om dit evenement slechts op de zeven jaren te organiseren. Die traditie liep tot bij de Franse Revolutie. In 1657 vierde abt van Suetendael het duizendjarig bestaan van zijn abdij. De Trudofeesten werden heropgenomen in de jubileumjaren 1843 en 1893. Latere organisaties volgden in 1956, 1963, 1970, 1977, 1984, 1993 en 2005, al dan niet met een grote stoet. De verheffing van de relieken van Sint-Trudo vond plaats in 830, 1169, 1543 en 1991. Onder impuls van de Minderbroeders volgden in 1945 de Portiuncula-processie en in 1947, 1953, 1954, 1955, 1956, 1958 en 1962 de Sint-Franciscusstoet. Ook tijdens de Alfonsusfeesten in 1887 ging een stoet uit en het leven van Sint-Gerardus werd in 1905 uitgebeeld met praalwagens. In 1924 waren er de Christinafeesten. Promotoren hiervan waren de Heilige Familie en de Congregatie van de Aloysianen, beide lekenbroederschappen onder sturing van de Redemptoristen van Stenaertberg.
In vele parochies gingen jaarlijks de H. sacramentsprocessie, de Kruisweg of de Kruisdagenprocessies uit.
In 1948 wou men de carnavalstoet vervangen door de fruitoogstfeesten. Initiatiefnemers waren Robert Lindebringhs en Abdon Demarneffe. Het stadsbestuur was het slechtweerrisico van Verloren Maandag beu en koos voor juli, later voor augustus. De fruitreuzen, eerst kersen-, daarna peren- en appelvariëteiten, luisterden de stoet op. Tot 2000 hadden er vijftien fruitoogstfeesten plaats, om de drie jaar.
Andere stoeten zijn de Bevrijdingsstoeten na de beide wereldoorlogen, de Vlaamsgezinde Guldensporenstoet in 1919 en de Breendonkprocessie vlak na de oorlog 1940-1945 als dank voor de behouden terugkeer van door de Duitsers gevangen genomen verzetslui. Einde jaren 1940 was er ook de KSA Driekoningenstoet.
Millen 28.10.1823 - Morelia (Mex.) 06.11.1865
Molenaarszoon Wintershoven. Priester 1851, jongere broer van pastoor Hendrik Coenegrachts van Wilderen-Duras. Kapelaan hoofdkerk en eerste rector van Sint-Marten 1855, woonde op het huidige Sint-Maartenplein tegen het vroegere kerkhof. Leraar middelbare school. Geesteszorg voor soldaten van nabijgelegen kazerne.
Werd na tussenkomst van Mgr. De Ram, rector Leuven, aalmoezenier van Belgisch expeditiekorps als steun voor Maximiliaan, keizer van Mexico en schoonzoon van Leopold I in 1864. Scheepsreis met ‘Tampico’ van Saint-Nazaire naar Vera Cruz jaarwisseling 1864-1865 met het derde detachement. Nederlaag in Tacambaro 1865.
Richtte met enkele geneesheren militair hospitaal op in Morelia. Bij tyfusepidemie zelf bezweken in huis van notabele. Wegens verdiensten uitzonderlijk begraven in koor van Sint-Antoniuskapel nabij OLV-kerk van Morelia. Kelk geschonken door parochianen van Sint-Marten in 1864 werd in 1866 terugbezorgd aan de Sint-Maartenkerk ST
