Bij de her-intrede van abt Knaepen in 1791, eerder door de Luikse revolutionnairen naar Frans voorbeeld op de vlucht gejaagd, werden spottende verzen over de Fransgezinden uitgehangen langs de huizen. En bij de Vaderlandsche Betooging – eigenlijk een overwinningsstoet - in maart 1919 werd vooral de draak gestoken met de Duitse Kaiser. De organisator van dit evenement, de vriendenkring Sint-Truiden Vooruit met hoofdkwartier in de Monopole op de Grote Markt, zal drie jaren later de eerste naoorlogse reclamestoet laten uitgaan. Het zoontje van een deelnemende handelaar uit Enghien sterft echter onder één van de tachtig wagens, een domper op de feestvreugde.
De kommer van de Grote Oorlog is voorbij. Toch krijgt Sint-Truiden Vooruit tegenkanting van het stadsbestuur om een ‘verklede carnavalsstoet’ te laten uitgaan. Reclamestoeten, voetbalmatchen, volksspelen, filmvertoningen en wielerwedstrijden mogen wel. Een folklorestoet Grooten Carnavalstoet ook. In 1926 pleit ‘Ons Vaandel’ voor een optocht, maar tegen maskerade wegens laagheid voor Christenmens en gevaar voor koelen van driften en wrok (tegen activisten?).
In 1930, bij het eeuwfeest van België, kart er terug een narrenschip door de stad, een replica van het Schip der Wevers. Die historische stoet werd ontworpen door stadsarchitect Govaerts.

Ondanks, of juist dank zij de crisis, krijgen de carnavalstoeten vanaf 1935 een groot élan. Een voorbeeld: in maart 1935 stemt de gemeenteraad een vastenavondreglement dat het dragen van maskers verbiedt, tenzij in de grote reclame- en carnavalstoet. Op 4 maart dagen er amper 103 paarden op, maar is er een grote tentoonstelling van landbouwmachines, automatische weegschalen, tegels, auto’s, motoren en fruitsproeiers. Marktkramers, liedjeszangers, straatorgels, en kermisattracties verstrooien de bezoekers. Om half drie vertrekt aan de Luikerpoort een vastenavondstoet met vooraan het gebruikelijke commerciele gedeelte: de automerken Chevrolet en Imperia, Impermo-tegels Stultjens, beschuiten, radio’s Champagne, het Nieuwsblad, Globus rolmops, Singer naaimachines, bieren Imperial Horse-Ale, sigaren Rusco en radio Bell treden naar buiten. Als carnavalsgroepen lopen mee de Indianen van de ruiterclub, Prins Carnaval van de wielrijderssupportersclub, de drie stadsharmonieën (Koninklijke, Gilde en Vlaamse) en andere fanfares, de Breydelszonen, een reuzin Klaveren Dame, de Toreadors van de liefdadigheidsvereniging Hulp waar ’t Past, de acrobaten van de Spartakring, een reuzin prinses karnaval met de Pierrots van de Koninklijke Harmonie?, de Dikkoppen of vrijgezellen in staatsiekoets van Sint-Truiden Vooruit, een miniatuur-tilburry Stas, de Fruitkoningin met hoorn des overvloed en kabouters. Als laatste komt de Apotheosewagen met als thema de pas opgerichte Fruitmarkt. Een jury bestaande uit stadsarchitect Govaerts, kunstschilder Tysmans, Gielen, architect Dethiou en Duchateau bekronen de groepen van Hulp waar ’t Past, Sint-Truiden Vooruit, de Domino’s van de Ware Vrienden, de Sportvrienden, de Boogschutters, de groep uit Brustem, het Volkstoneel, … De Spartaclub met voorzitter Vanbeekbergen won later op het jaar met hun acrobatenwagen een prijs in de Carnavalstoet in Tienen.

In 1936 wordt op de Grote Markt voor de eerste Handelsfoor een grote metalen hal ineen geschroefd door de firma Ippersiel. Spil van dit initiatief was wijnhandelaar Palms-Cardon. In december besliste het Feestcomité tot het regelen van den jaarlijkschen Stoet ter gelegenheid van Verloren-Maandag met voorzitter Henri Coenen om een reclamestoet en een lichtweek toe te voegen aan de Cavalcade. Het werd dan ook een ware Monster Cavalcade en Reklaamstoet. Tijdens de optocht gold verbod om in de herbergen muziek te maken. Hendrik Prijs schrijft in het Sint-Truidens Weekblad: De straten verstoppen als buizen… men kan over de koppen loopen. ’t Is of half Limburg hier is. Tot verbazing van Het Belang van Limburg dragen de twee wagens van de Schermkring met ‘Drie Musketiers’ en de apotheosewagen van de Invalidenbond tweetalige opschriften. De Vlaamsgezinde partijen zijn duidelijk politiek in opmars. De groep Lustige Molenaars en Lieve Molenarinnetjes van de werknemers van Impermo wonnen dat jaar de ereprijs in de carnavalsstoet van Schaarbeek.

Ook in 1938 schrijven de kranten over het carnaval in Sint-Truiden: de nog iets meer dan honderd paarden trekken vooral vechtende ‘Bohemers’-paardenhandelaars aan. Op de markt verschijnen nu kermisfotografen. De bekroonde ‘Kersen’-groep van Impermo en de apotheosewagen ‘Sint-Truidensch Roem’ van tegelfabrieken Stultjens zijn toppers in deze ‘15de stoet’. Sint-Truiden is het Aalst en het Binche van Limburg! Liefst 26 groepen, meestal uit Sint-Truiden zelf, lopen in de lange rij: Ruiterij van den Negus, De Karnavalheksen, Double Patte en Patachon, De Vrolijke Dikkoppen van Sint-Truiden Vooruit, Kersen van Impermocorporatie, Oude Schutters van 1840 door Sint-Truidense boogschutters, De eerste lossing van het jaar’, een formidabele wagen duivenkorven van de Vereenigde Duivenliefhebbers, Hollandsche Boerkens door de Gildeharmonie, Indianen en Cowboys door Sint-Truiden Sport, De wonderbare Vischvangst, Feestcomiteit met Tyroolsche boeren, De Lustige Spelers van BWP, De Fruitmarkt van BWP, Prins Karnaval koning van de sport van Wieler- en Supporterclub, Mickey Mouse van VSK, De Drie Roze Varkskens van de NSB, De Pierrots van de Koninklijke Harmonie, Reizende circuscarnaval Spartaclub, Het gelukkige Koppeltje van firma Stas, Muzikale Clowns van HWP, Praalwagen van NVI, Dansende Meisjes van Vlaamsche Harmonie, Pierrots van Vlaamsche Harmonie, De Knottige Clowns van De Sportvrienden en een praalwagen Sint-Truidens Roem van Spaarkas Beter Leven.

De lokale politiek is nooit ver weg: volgens Vrij Limburg van 1939 is het carnavalsfeest te danken aan het liberale raadslid advocaat Leunen. Dat wordt hevig bestreden door De Tram die stelt dat het katholieke stadsbestuur al zovele jaren die feesten inricht en financieel mogelijk maakt. Sint-Truiden Vooruit trekt nog steeds aan de kar. Het jaar daarop verloopt echter al in mineur, er heerst een nare oorlogsatmosfeer, geen mensch die er durfde te koopen… het was een droeve Verloren Maandag. Wel zijn er de onvermijdelijke vreemde foorkramers met artikels voor vrouwenopschik, glassnijders, pijpen, bloembollen, huppelende muisjes, lederwaren, tallooze practische huiselijke dingen… Carnaval in Sint-Truiden verdwijnt weer voor ettelijke jaren als de Duitse bezetter het voor het zeggen krijgt.

Grafsteen aan de gevel van de kerk van Schurhoven
“Heilige Jan”noemde hem de mensen maar in een nota die de korte levensschets door P.L. Stasseyns, oud pastoor te Sint-Truiden voorafgaat, verklaart de schrijver aan de woorden “eerbiedwaardig” en “heilig” geen ander dan een menselijk gezag te hechten. “Hetzelfde stelt hij voorop aangaande de wonderen, gunsten en andere verhalen, die in ’t werkje worden aangehaald. Zulks om te voldoen aan de besluiten van Paus Urbanus de VIII, zaliger gedachtenis…”
Johannes-Carolus Vandenhove werd geboren te Sint-Truiden, den Oogst 1731. Van jongs af aan moet hij op zijn medeburgers de indruk van een brave, eenvoudige jongen hebben gemaakt. Overigens waren zijn gewone bezigheden niet van aard om hem tot hoogmoedige of losbandige gedachten te brengen. Hij was “frickmaeker”, kuiste verroeste geweren en pistolen, verkocht azijn en mostaard en hij beschouwde het als een grote eer de klok te mogen luiden. In zijn houding of in zijn levenswijze moet er niettemin iets buitengewoons zijn geweest,want we lezen in zijn levensschets, dat de straatjongens het hem wel eens lastig maakten. Dit was hem een dagelijkse gelegenheid om zich in geduld te oefenen.
Heilige Jan moet ook een bedeesd man geweest zijn, want alleen aan zijn voorzichtigheid valt het wel niet toe te schrijven, dat hij nooit personen van het andere geslacht in het gelaat schouwde. Een twijfelachtig woord deed hem het schaamrood naar de wangen stijgen.
Dagelijks was hij tegenwoordig in de heilige missen. Met dezelfde heilige ijver woonde hij de plechtigheden , octaven, novenen in alle kerken bij. Alle aflaten trachtte hij te verdienen. Zijn houding in de kerk moet stichtend geweest zijn. Hij scheen op zijn plaats genageld, onbeweeglijk als een beeld en gedurig op de grond geknield. “Soms moest hij zijn knieën een weinig opheffen wanneer de ijzeren haakjes die hij droeg, te fel in het vlees doorsneden”.
In de koude winternachten vond men hem vóór de kerken neergeknield, vooral op de trappen van de kerk der Minderbroeders. Te middernacht begaf hij zich zelfs buiten de stad naar Zepperen, om daar te bidden ter ere der H. Genoveva en naar Velm om de H. Martinus te vereren. “De kosters geloofden dat ’s nachts de deuren der kerken zich voor hem openden”
In de hoofdkerk zag men hem gewoonlijk neergeknield vóór het beeld van “Onze-Lieve-Heer op de koude steen”.
Iedere avond plaatste hij op hetzelfde uur licht aan een beeldje van Maria, dat zich bevond in de gevel van het naburig huis. Hiertoe werd hem door de familie Craybeckx toegestaan dagelijks olie te komen halen.
De Heilige Jan hield dit streng en boetvaardig leven tot op hoge ouderdom vol en nooit kwam er een klacht over zijn lippen. Hij overleed op 16 juni 1818 om 3 uur namiddag, zonder ziek te zijn geweest, gelijk een lamp die uitgaat bij gebrek aan olie. Niet zohaast was de tijding van zijn dood in de stad verspreid of een menigte volk kwam naar het sterfhuis toegestroomd.
Op het doodsprentje van de eerbiedwaardige man lezen wij het volgende:
“1818 de 16 juni om 3 u namiddag, is te Sint-Truiden, bediend van de heilige Sacramenten, godvruchtelijk in den Heer overleden:
Johannus-Carolus VANDENHOVE
Jonkman, oud 86 jaren
Deze man was eenvoudig en rechtzinnig, vreesde God en vluchtte het kwaad, tot de dood toe heeft hij zijne onnoozelheydt zoo bewaert, dat hij in zijn laatste uur mogt zeggen: mijn gemoed verwijt mij niets in geheel mijn leven. Met regt dan noemde hem de geheele stad van jongs af den heyligen Jan
Door de toeloop des volks heeft God dien ootmoedigen man op zijn sterfdag verheven en zijn glorierijke begrafenis heeft bewezen, dat niemand grooter is dan die de Heere vreest. Doch weerhield hem eenige kleine vlek van het aanschijn Gods, bid voor hem, opdat hij des te eerder U een voorbidder weze in alle nood. Amen”.
Zijn graf bevindt zich tegen het koor der kerk van de H. Jacobus te Schurhoven. Op de steen die door de zorgen der gebroeders Steynen opgericht werd, staat het volgende inschrift te lezen, gedicht door kanunnik Coninckx van Sint-Truiden:
D.O.M.
Hier rust het sterfelijke deel van
Johannes-Carolus VAN DEN HOVE
Jonkman
Gestorven den 16 Juny 1818
In den ouderdom van 86 jaren.
Een mans wiens hart geen wensch
Naar aardsch geluk ontroerde,
Die staag met God vereend,
Van ’t deugden/spoor nooit week,
En wiens ootmoedigheid
Zoo klaar aan ieder bleek,
Dat hij lang voor zijn dood
Den naam van heilig voerde.
Uit Heilige Jans leven wordt nog menig wonderbaar toeval vermeld, maar Jan heeft het er nooit op aangelegd om mirakelen te verrichten, daartoe was hij een te eenvoudige heilige.
Een paar voorbeelden:
Toen de Sansculotten in zijn werkhuis drongen, waarvan de muren met geweren en pistolen waren bedekt, vroegen zij hem zijn wapens in te leveren. “neemt ze maar af” antwoordde hij. Doch de soldaten zagen geen wapens en hielden de Heilige voor onnozel.
Toen Franciskus Ulens, het petekind van H. Jan voor de conscriptie moest loten, kwam deze laatste de familie troosten: “Ik zal voor Frans bidden en hij zal er wel uitloten” zei hij. Jan bad en Ulens viel er uit, wat toen maar zelden gebeurde.
Na de door van de heilige Jan bleven zelfs zijn kinderen een wonderbare geneeskracht te bezitten. Zo genas dokter Steynen van Sint-Truiden zijn hevige tandpijn door de slaapmuts van de heilige op te zetten.
De geschiedenis van heilige Jan is eenvoudig zoals zijn leven was, maar al is er maar weinig wonderbaars in aan te halen toch denken wij met sympathie aan de eenvoudige volksmens wiens leven inderdaad menig mens tot voorbeeld mag strekken, zij het maar om de rechtschapenheid, de zachtheid en de warme menslievendheid die er uit stralen.
Naar de biografie door P.L. Stasseyns, oud-pastoor te Sint-Truiden, Korte levensschets van Johannes-Carolus Vandenhove, in geur van heiligheid gestorven, Sint-Truiden, 1898.
Het Heilig Janneke was zo godsvruchtig dat hij op zijn knieën naar de kerk kroop. Janneke had een kruidenierszaak waar men ook z'n geweer kon laten schoonmaken. Op een dag vielen de Franse soldaten binnen in het winkeltje omdat ze hadden gehoord dat daar geweren te vinden waren. De soldaten gingen overal kijken, maar ze vonden niets anders dan bloemen. Het Heilig Janneke had alle geweren in rozen veranderd.
't Heilig Janneke van St.-Truiden leefde veel christelijker dan de strengste kloosterorde. Die kroop op zijn knieën naar de kerk. In die tijd lachten ze daar niet mee, toen waren de mensen veel braver dan nu. Dat was in de tijd van de Fransen en Janneke had een winkel van peper en zout en zo, maar daar waren ook mensen die hun geweer daar lieten schoonmaken. En op een keer vielen de Franse soldaten daar binnen en ze vroegen 'Wat is dat hier, gij hebt hier geweren' en ze gingen overal kijken maar ze vonden niets als bloemen. Zijn heel winkelke hing vol rozen. Daarom heetten ze hem het heilig Janneke.
Opgetekend door F. Beckers, Leuven, 1947 in Ordingen
Lees: Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 219-220.