Veemedaille jaarmarkt 1903

Medaille van een jaarmarkt voor het fokken van vee, landbouwwerktuigen en landbouwgewassen. Verzameling Jo Van Mechelen, familie Govaerts, Sint-Truiden. 

Voorzijde: Een vrouw met strohoed zit op een ploeg middenin landbouwproducten: granen, bieten, rapen en landbouwalaam: schop, zeis, hark, ploeg en bijenkorf. Onder haar voeten staat een gevleugelde helm (verwijst naar Mercurius) en gevleugelde staf met slangen. Links is een tak afgebeeld met onderaan de naam van de graveur en maker van de medaille ‘Fisch & Co’.

Achterzijde: een middencirkel in een banderol met de tekst ‘St TROND 6 - 7 Bre’ en tussen twee bloemen ‘1903’. Onderaan is de bandenrol afgewerkt met een leeuwenkopje. Rondom staat een boer afgebeeld met dorsvlegel en ploeg en een kip, schaap, varken, os, paard en een bijenkorf. Onderaan het tafereel staan twee takken afgebeeld die elkaar kruisen. Rechts onderaan staat de naam van de ontwerper ‘A.Fisch’.

Er waren prijskampen voor fokvee en slachtvee (zogenaamd vet vee), ingedeeld per diersoort en na verloop van tijd ook per ras. In de jury van het fokvee zetelden veelal consulenten van de overheid en landbouworganisaties. De laureaten kregen een prijs in natura of een geldsom. Hoe groter de veemarkt of prijskamp, des te belangrijker de prijs. Het belang van geldprijzen nam omstreeks 1900 sterk toe. Winst leverde ook erkenning van collega's op en deed de waarde van de dieren toenemen. De medaille en het diploma werden in de familie als een relikwie gekoesterd.



Inventaris CAG Leuven - Erfgoed Haspengouw


ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be