fruitreuzen

De Fruitreuzen

Sint-Truiden beschikt over 7 fruitreuzen. De oude fruitreuzen staan definitief opgesteld  in Festraetstudio. Enkel de nieuwe fruitreuzen (Conference, Jonagold en Elsanta) komen bij gelegenheid van de bloesemfeesten en de Oogstfeesten nog naar buiten. 

Onderschrift bij deze foto 


Kraker

Verzamelnaam voor verschillende vastvleezige zware variëteiten met het bijvoegsel “late” of “vroege”. Het vruchtvlees is zeer knappend, donkerrood en het sap is sterk gekleurd. De vruchthuid is bruin gekleurd, bezaaid met kleine grijze en zwarte stipjes en frij gemarmerd. Zeer goede smaak, middelmatig zoet met aangenaam aroma.

Kernielse

Synoniem: Kernielse zwarte-Brabanders. Het vruchtvlees is vast, purperachtig, sappig, zoet met een iets bittere zeer goede smaak en een aangenaam aroma. Het vruchthuis is half-glanzend.

De twee oudste reuzen werden vervaardigd door het "Palais des Coillons” te Brussel en zijn 3,93 groot.







Er bestaan geboorteaktes en bewijzen van woonst bij de burgerlijke stand: 

Het jaar 1949, de 2de juli, te 8 uur zijn voor Londoz Emile, Schepen-Afgevaardigde, ambtenaar van de burgerlijke stan d der stad Sint –Truiden, provincie Limburg, verschenen:

DE KRAKER, oud 21 jaar, fruitplukker, wonende te Sint-Truiden, voorheen Reuzenland, geboren te Reuzenland, de 15 juni 1928, meerderjarige zoon van het vruchtbare Haspengouw en van zijn echtgenote het Heerlijke Bloesemparadijs, beide wondende te Reuzenland en toestemmende in het huwelijk bij akte verleden voor Meester Bigaro, notaris te Reuzenland, de eerste juli 1949, voldaan hebbende aan de nationale militieverplichtingen

En DE KERNIELSE, ouw 21 jaar, zonder beroep, wonende te Sint-Truiden, voorheen Reuzenland, geboren te Reuzenland, de 29 juni 1928, meerderjarige dochter van het rijke land van Loon en van de heerlijke boomgaarden,echtelingen, beide wondende te Reuzenland en toestemmende in het huwelijk bij akte verleden voor Meester Bigaro, notaris te Reuzenland, de eerste juli 1949, de welke ons verzocht hebben over te gaan tot het voltrekken van het huwelijk bij hen besloten, en waarvan de afkondigingen overeenkomstig de wet, geschied is alhier de 19 de juni laatstleden alsmede te Reuzenland.

Geen tegenspraak op dit huwelijk te onzer kennis gebracht zijnde, rechtdoende op hun vertrek en na voorlezing van de volgende stukken: 1° van gezegde toetsemmingsakte; 2° van gezegd getuigschrift van afkondiging; 3° van gezegd getuigschrift van Militie.- welke alle behoorlijk geparafeerd aan deze zullen gehecht blijven, alsmede van het 6e kapitel van titel V van het Burgerlijk Wetboek rakende het huwelijk, hebben wij aan de aanstaande echtgenoten gevraagd of zij voornemens zijn elkander te nemen voor man en vrouw; ieder van hen beurtelings ‘ja’ geantwoord hebbende verklaren wij in naam der wet dat de Kraker en de Kernielse door het huwelijk verenigd zijn.

Uit al hetgeen voorafgaat hebben wij de tegenwoordige huwelijksakte opgesteld in het openbaar, ten Stadhuize, in de tegenwoordigheid van : Graaf René de Liederkerke, oud 42 jaar, erelid der Koninklijke Harmonie der Gilde, wondende te Duras, dewelke verklaard heeft geen verwant te zijn van de gehuwden en van Abdon Demarneffe, oud 43 jaar, voorzitter van het comité der Fruitoogstfeesten, wonende te Sint-Truiden, dewelke verklaard heeft geen verwant te zijn van de gehuwden.

En na de gedane voorlezing aan de komparanten en getuigen, hebben deze met Ons getekend. Get. De Kraker  en de Kernielse  en De Schepen, voornoemd  Emile Londoz


Bigareau

Het vruchtvlees is vast, krakend, roomkleurig rose en sappig. Niet-kleurend sap, gearomatiseerde en aangename smaak. Deze kers behoort tot de zogenaamde vleeskersen. Bigareau Napoléon wordt als de standaardvariéteit beschouwd.

Kapucientje

Kapucienen is een verzamelnaam voor alle variéteiten met vast bont gekleurd vruchtvlees gelijkend op de zogenaamde Witte Buiken (Bigareau Esperen).

De twee kleine reuzen zijn gemaakt in riet door de Sint-Truidense rietvlechters Bamps uit Schurhoven. De koppen in papier maché. Ze meten elk 2,31 m. In Eindhoven werden de twee kleine reuzen door brand verwoest. Zij werden door de stadsdiensten opnieuw vervaardigd in aluminium en de koppen werden gemaakt in polyester.


De Jonagold

Deze appel is een kruising tussen Golden Delicious en Jonathan. Jonagold is een Amerikaans appelras rond 1970 in België ingevoerd. Het is een behoorlijk grote appel, oranjerood van kleur en mooi glad. Het vruchtvlees is knappend met een friszure smaak.

De Conference

Zeer gemakkelijk te herkennen perensoort aan haar lange en smalle vorm. Groenbruin van kleur met veel roestkleurige vlekken en stippels. Bij rijheid wordt ze lichtgeel. Het vruchtvlees is zeer fijn en sappig en eerder zoe van smaak.


Beide nieuwe reuzen zijn een ontwerp van Mevr. Simone Libens-Vanderheyden. De vormgeving was in handen va kunstenaars Neven en Schrijnemakers, terwijl voor de kleding Mevr. Schiemsky en het Ursula-Instituut verantwoordelijk waren.

De karkassen in duurzaam materiaal werden vervaardigd door Alfons Libens en voor de detailafwerking zorgde Mevr. Vanhees. 

Deze nieuwe reuzen zijn elk 4,05 m groot. Ook deze reuzen zijn getrouwd. 

Onderschrift bij deze foto

Elsanta

Geboren te Sint-Truiden op 27 september 1997, lengte 4.05m

Reuzekind van het Verbond der Belgische Tuinbouwveilingen en de stad Sint-Truiden.

De Elsanta aardbei is glanzend rood met een fris groen kroontje.

Ze is groot, gelijkmatig, afgerond en kegelvormig.

Het vruchtvlees is oranje met een goede smaak en een tamelijk sterk aroma.

Elsanta bevat een flinke protie vitamine C, heeft weinig calorieën en is lief voor de lijn.

ONTDEKKING VAN DE DAG

Erfgoedverkenning van Zepperen

Zepperen is één van de Drie Gezustersdorpen, samen met Brustem en Rijkel. In Zepperen wordt de Heilige Genoveva van Parijs vereerd, in Brustem de Heilige Bertillia en in Rijkel de Heilige Eutropia. Het waren helemaal geen zussen: Eutropia leefde rond 400, Genoveva van 422 tot 502 en Bertillia in de 7de eeuw. Zij moesten het oude geloof in de drie patronessen verchristelijken. Eén ding hadden ze gemeen: een waterput. Bedevaarders lieten stukjes stof in het water vallen, als het stukje bleef drijven, kwam alles in orde, als het zonk moest je de bedevaart voortzetten. Hun officiële feestdag is 3 januari, maar de bedevaart wordt op pinkstermaandag gehouden. Dat gebeurt in Zepperen tot op vandaag met een processie waaraan heel wat volk meewerkt en nog meer naar komt kijken. 


  We starten onze wandeling op het kerkplein van Zepperen aan de Sint-Genovevakerk. Deze kerk werd gebouwd in de 12de eeuw, waarschijnlijk ter vervanging van een ouder gebedshuis want we weten dat de jonge Trudo hier regelmatig kwam bidden en bisschop Remaclus om raad kwam vragen. In de 15de en 16de eeuw werd het romaanse kerkschip vervangen door een nieuwbouw in Demergotiek, een variant van laatgotiek, gekenmerkt door kapiteelloze zuilen. Eind 19de en begin 20ste eeuw werd ze grondig gerestaureerd. Toen werden de doopkapel, het traptorentje en de sacristie bijgebouwd, de luchtbogen werden heraangebracht en de huidige toegang tot de kerk kwam tot stand. (Daarvoor was er een deur in een bijgebouwtje in de zijgevel.)

In het interieur zijn de muurschilderingen in het zuidelijke deel van de dwarsbeuk het bijzonderst. Ze dateren uit de 16de eeuw (1509) en hebben verschillende onderwerpen. Het meest in het oog springend is het Laatste Oordeel. Het toont ons hoe op het einde der tijden de mensen zullen geoordeeld worden door een strenge God: de rechtvaardigen mogen naar de hemel, hier voorgesteld als een veilige burcht of stad; de zondaars staan erge kwellingen te wachten, duivels slepen hen naar brandende vuren, prikken hen met rieken, steken hun ogen uit, de muil van een reusachtig monster staat ver open om hen op te slokken. Engelen blazen op bazuinen om de doden op te wekken, graven gaan open. De aartsengel Michaël weegt de zielen, een duivel hangt aan de weegschaal om het oordeel te vervalsen, hij wordt weggeduwd door de kruisvormige staf van de engel. De geredden staan links in een ordelijke groep, zij spreken ten beste voor de zielen. Rechts is er een chaos van verdoemden, handenwringend en wanhopig. Onder hen, heel wat geestelijken, er is zelfs een paus bij. Dit is niet zo verwonderlijk, verschillende kunstenaars uit die tijd hadden heel wat kritiek op de geestelijkheid.

Aan de overkant is het leven van de Heilige Genoveva van Parijs uitgebeeld als een soort stripverhaal: in aparte vakjes wordt telkens een gebeurtenis uit haar leven afgebeeld. Hier is ook een levensgrote afbeelding van de Heilige Christoffel geschilderd. Hij is de patroonheilige voor een goede dood: als je een beeltenis van hem zag, zou je die dag niet schielijk overlijden. Probeer hier maar eens naast te kijken …

We werpen nog even een blik op de andere kunstschatten die hier tentoongesteld worden en op de verschillende schilderijen daterend uit de 17de en 18de eeuw.

Wanneer we de kerk verlaten, kijken we even naar de kapelanij rechts op het kerkhof. Ze is in 1907 gebouwd om onderdak te geven aan de hulppastoor. Het is een ontwerp van architect Emile De Hennin. Verschillende kapelaans hebben hier gewoond, maar de laatste jaren wordt het huis verhuurd.

Door de poort met rondboog (1765) keren we terug naar het plein, aangelegd in 1989. Rechts staat de pastorie, gebouwd in 1779 ter vervanging van het lemen kapittelhuis. (Zepperen behoorde toen toe aan het Sint-Servaaskapittel.) In de voortuin van deze pastorie bevindt zich een grafsteen van de families Roberti-Coemans uit 1823.

Naast de pastorie hebben wij het huis van Jozef Renaerts, beter bekend als het ‘Kaamesterke’. Deze autodidactveearts en kruidendokter genoot wijdverbreide faam, van heinde en verre kwam men bij hem om hulp voor dier en mens. Al waren zijn remedies soms wat vreemd, ze hielpen wel.

Aan de overkant zien we een ‘versteend’ vakwerkhuis: de leem is hier vervangen door baksteen, het houten skelet is nog aanwezig (Taverne Haspengouw).

Op de brug over de Melsterbeek zien we rechts een boerderij liggen. Op die plaats stond een watermolen, eigendom van het Sint-Servaaskapittel. Het was een zogenaamde banmolen. De inwoners van Zepperen waren verplicht om hun graan hier te laten malen. Na de Franse overheersing werd hij eigendom van de familie de Pietteurs-Hiegaerts. In 1976 werd de beek gedeeltelijk verlegd en in 1984 brandde de molen af.

Even verderop aan de overkant ligt de Coemanshoeve. Het woonhuis heeft een dak met een zeer steile helling, wat erop wijst dat het een oud gebouw is. Waarschijnlijk dateert het uit 1575. De poort met duiventil was oorspronkelijk ook in hout en leem. De schuur uit 1889 werd omgebouwd tot loods.

Een eind verderop ligt er een kasseistrook, een restje van de vroegere weg. Hier staat de ‘kapel van de Witte-Lieve-Heer’, een kapelletje gebouwd ter nagedachtenis van Edgard Dejongh, dokter en burgemeester van Sint-Truiden naar wie de Schepen Dejonghstraat is genoemd. 

Wij volgen de veldweg die ons naar het ‘kasteel’ brengt, het huidige Sint-Aloysiusinstituut. Dit voormalig begaardenklooster werd in de 15de eeuw gebouwd op een afgelegen en waterrijke grond, geschonken door een inwoner van Zepperen. De begaarden verlaten hun klooster in de Diesterstraat in Sint-Truiden in 1425; het klooster in Zepperen wordt het hoofdklooster van de begaarden in het bisdom Luik. In de jaren 1740 tot 1780 wordt het verbouwd in classicistische stijl, maar in de Franse tijd wordt het opgeheven en verkocht aan de familie de Pitteurs die het verbouwde tot landhuis. Veel van toen is verdwenen, zoals de ijskelder en de vijver met eilandje. Het park, het koetshuis en enkele neerhofgebouwen zijn er wel nog.


In 1902 komen uit Frankrijk verdreven kartuizers zich hier vestigen, maar ze blijven niet lang. Al in 1905 komen de eveneens uit Frankrijk verdreven Assumptionisten hier toe. Zij richten hun ‘Aloysius Alumnaat’ op, later wordt dat het Sint-Aloysiusinstituut. Zij passen de gebouwen aan, aan hun nieuwe functies: klaslokalen, slaapzalen ... In 1955 komt er een vleugel bij en in de jaren ‘60 een schouwburg, een van de eerste culturele centra in onze streek. Allerlei toneelgezelschappen waren hier te gast: met bussen haalde men de liefhebbers uit de omgeving op.

Tegenover het instituut staat de begaardenhoeve. Op de gevel vind je het jaartal 1665, het jaar waarin de hoeve na een brand werd heropgebouwd. Ook de hoeve werd in de Franse tijd verkocht. In 1895 kwam Felix de Pitteurs-Hiegaerts hier wonen, hij verbouwde de hoeve tot woonhuis in neorenaisssancestijl. Schuin tegenover de woning liet hij een zagerij en stokerij bouwen, nu gebruikt als woning. 

We keren terug en volgen de Kasteelstraat. Op nummer 4, juist in de bocht, staat een vakwerkhuisje in 1873 gebouwd voor de hovenier van Charles de Pitteurs-Hiegaerts. Let even op de wel heel bijzondere gevelversiering.

Aan de Dikke Linde staat het monument der gesneuvelden uit beide wereldoorlogen; ook de beenhouwers Gust Mommen en Tuur Lambrix die hier werden neergeschoten door het Veiligheidskorps Verbelen op 15 augustus 1944 worden vermeld. 

Rechts van ons is de Ouwerxhoeve. In 1665 liet François Ouwerx, militair in Spaanse dienst en grootgrondbezitter een hoeve bouwen in Maasstijl, zijn naam vind je in de muurankers van de stal op de binnenkoer. Uit die periode is ook het poortgebouw met duiventil bewaard gebleven. Het woonhuis is jonger, het werd rond 1790 gebouwd door Van Hamont. Later werd het eigendom van Frans Coart en nu baat de familie Gilissen er een fruitteeltbedrijf uit.

Via een smal steegje keren we terug naar het kerkhof. Aan onze rechterkant hebben we de parochiezaal, de voormalige gemeenteschool, gebouwd in 1866 in opdracht van burgemeester Coart en getekend door architect Denis. In 1868 opende de school haar deuren voor de schoolgaande jeugd. In 1929 verhuisde de school naar de Eynestraat. Het huis werd bewoond door de familie Vaes en in de klaslokalen konden de kleuters van de zusterschool terecht. 



Anita KEMPENEERS, ‘Zepperen’, in ‘Vergeet je wortels niet. Erfgoedverkenningen in Sint-Truidense dorpen en stadswijken’, Sint-Truiden: Erfgoedcel Sint-Truiden, 2012, p. 136-141 en 144.