Ben je als (oud-)Truienaar geboeid door het historische decor dat onze stad biedt?
In dit Top Twaalf-lijstje staan de "must read"-boeken over Sint-Truidens erfgoed.
Als je de hapklare, maar niet diep gravende Wikipedia-artikels al gelezen hebt.

1. Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018.
2. Frank DECAT, Sint-Truiden 1784. Criminele histories in een Luikse stad, Leuven: Davidsfonds, 2012.
3. Vergeet je wortels niet. Erfgoedverkenningen in Sint-Truidense dorpen en stadswijken, Sint-Truiden: Erfgoedcel Sint-Truiden, 2012.
4. Rombout NIJSSEN e.a., Op grond van Sint-Trudo. De kaartenatlas van de abdij van Sint-Truiden 1697, Sint-Truiden: Abdij, Stad en Regio vzw., 2011.
5. Wie was wie in Sint-Truiden? Bijdrage tot een biografisch woordenboek, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011.
6. Nathalie CEUNEN e.a., Sappig verteld. Het verhaal achter de fruitteelt in Haspengouw, Sint-Truiden: Erfgoedcel Sint-Truiden, 2010.
7. Pierre DIRIKEN, Geogidsen Sint-Truiden. Rondom (2009) en Sint-Truiden. Stad (2010) in de reeks Toeristisch -recreatieve atlas van Vlaanderen. Haspengouw, Kortessem: Georeto.
8. Thomas COOMANS e.a., In zuiverheid leven. Het Sint-Agnesbegijnhof van Sint-Truiden, (Relicta monografieën, 2), Herent: Peeters, 2008.
9. Reeks Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving, uitgegeven door de Geschied- en Oudheidkundige Kring Sint-Truiden 1968-2006.
10. Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914, tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw, 1998.
11. Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw, 1993.
12. Jan GERITS, Sint-Truiden, in Historische steden in Limburg, Brussel: Gemeentekrediet, 1989, p. 203-221
Om uit te vlooien:
13. Reeks Bukskes van de dialectkring 't Neigemenneke 1984 - 2017.
14. Tijdschriften 't Maendachboekje (1994) van de Koninklijke Gidsenbond Sint-Truiden ism de GOKSint-Truiden en De Bink (1998) van de Heemkundige Kring Groot-Sint-Truiden.
Om op je gemak te lezen:
15. LAVIGNE, Emiel (vert., met annotaties van JAPPE ALBERTS), Kroniek van de abdij van
Een uitgebreidere keuze vind je op op de website www.geschiedkundigekringsinttruiden.be van de Geschied- en Oudheidkundige Kring (GOKST).
Wil je zomaar grasduinen of zoek je iets érg specifiek, dan kan je uiteraard terecht in deze www.erfgoud.be, dé eigen Truiense erfgoedencyclopedie in opbouw !
In 1879 werd een spoorlijn geopend tussen Neerlinter en Tongeren. Vooral bedoeld om in onze omgeving bietsuikerfabrieken (Ordingen en Bernissem) en de opkomende fruitexport naar het Duitse Ruhrgebied te bedienen. Door het heuvelige terrein waren dijken en doorsnijdingen noodzakelijk. Zo ook op de Honsberg op het drielandenpunt tussen Ordingen-Rijkel-Zepperen, met overbrugging.

Het private project voor Aken-Brussel mocht niet concurreren met de bestaande staatslijn Tienen-Luik en werd dus beperkt tot een kronkelend tracé Neerlinter-Tongeren. Aanvankelijk waren er ook weinig haltes (Zoutleeuw, Ordingen, Borgloon en Pringen), maar dat werd in 1897 aangevuld met haltes in Wilderen, Melveren, Bernissem, Hoepertingen, Kerniel en Jesseren) Daarom kreeg het bareelwachtershuisje uit 1878 in Wilderen in 1896 een heus station tegenover zich.

In de Eerste Wereldoorlog werkten de Duitsers aan de missing link Tongeren-Aken met viaduct in Sint-Martensvoeren.

In 1957 werd het personenvervoer op deze lijn 23 gestopt en vervangen door autobuslijnen. In 1968-1988 verdween ook het goederenvervoer voor lokale nijverheden. De sporen werden geleidelijk opgebroken tussen 1968 en 1989. In 1992 kwam er een toeristisch fietspad op het (deels) bewaard gebleven tracé.
Ordingen werd, weliswaar meer naar Zepperen toe, een draaischijf van goederen- en personenverkeer. En uiteraard kwam er de onvermijdelijke stationsherberg (1895). Het station maakte plaats voor de N718, bedoeld als oostelijke omleiding rond Sint-Truiden en aansluiting op de beruchte A24-autosnelweg., maar slechts uitgevoerd tussen Melveren en Ordingen.

Jammer genoeg waren spoorlijn en brug ook plaatsen van wanhoopsdaden en dramatische ongevallen. Zo ontdekten stationschef Miel Mommen en arbeider Lowieke Mertens in april 1943 'het lijk van een onbekende vrouwspersoon van ongeveer vijf- en twintig jaar'. De vrouw was ongelukkig op een betonnen seindraadpaaltje terechtgekomen bij haar ontsnappingssprong uit het Jodentransport XX vanuit de Dossinkazerne in Mechelen, gesaboteerd in Boortmeerbeek.

Nu is de spoorweg'zate' een verwilderde oase voor wild en vogels, hazelwormen, wijngaardslakken en dassen. Maar ook een magneet voor sluikstorters. Sommige delen van de spoorberm worden beheerd door natuurpunt omwille van de uitzonderlijke flora zoals knolsteenbreek, bosanemoon, slanke sleutelbloem, wilde marjolein, muskuskruid en brede wespenorchis.
