Sint-Truiden 28.01.1917 Gent 03.07.1983
Jongste kind middenstandsgezin. Zoon van blokkenmaker Herman Delooz van Halmaal en Marie Elisabeth Marguillier, Tiensesteenweg.
Ll. College Lokeren 1928. Minderbroeder 1934. Krijgsgevangene brancardier WO II. Priester Leuven 1941. Leidmotief ‘Weest dankbaar’. Politieke en sociale wetenschappen Leuven 1946. Proost en directie Studiecentrum Nationaal secretariaat nationaal christelijk middenstandsverbond 1954. Proost Katolieke Burgers- en Middenstandsjeugd. Startte honderden afdelingen CMBV in Antwerpen en Brabant. Proost Katholiek Liefhebberstoneel Brabant. Na reis Congo, Ruanda en Burundi 1958 met CMBV oprichter Ruandafonds voor opname halfbloeden in Belgische families. Stichter en bezieler De Vreugdezaaiers , Belgische vakanties voor Noord-Afrikaanse sloppenkinderen uit Parijse bidonvilles. Tehuis Bloemendaal Sint-Andries Brugge. IJveraar adoptie, vooral uit India.


In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen."
Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan.
Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen."
Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!"
X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.
Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be