Demal, Charles Joseph Léon, advocaat

Sint-Truiden 01.07.1880  - Sint-Truiden 25.11.1948 , x Madeleine Kempeneers  

Zoon van Jean Joseph , griffier vredegerecht Sint-Truiden. en Marie Josephine Hognoulle  . Luitenant burgerwacht en weggevoerde 1914-1915. Advocaat  en stafhouder Hasselt. Stationsstraat. Secretaris Feestcomiteit Provinciale tentoonstelling 1907. Secretaris Katholieke handelsvereniging van het kanton Sint-Truiden 1908. Provincieraadslid  1914-1918. 

Voorzitter ziekenkas De Christene Verbroedering. Ondervoorzitter comité Fancy-fair 1911 voor Ziekenkas Christen Werkmanshuis. Secretaris Cercle d’Agrément Union Catholique du canton Sint-Truiden  ca. 1911.

Info: Roger Duchateau.


ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).