De Melsterbeek vloeit richting Schelde

In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde. 

De (herlegde) Melsterbeek bij Ordingen


De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

Modern bekenbeheer bij Ordingen door Land&Water

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout. 

Wachtbekken 'De Wiel' in Aalst-bij-Sint-Truiden


Tussen Sint-Truiden en Zepperen werd in 1879 een stevige bakstenen brug geslagen. Enkel de sluitsteen bleef bewaard 'COART B(ourgemestre) ZEPPEREN 1876'


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.


Lees: Pierre DIRIKEN, ‘Water in Haspengouw’, (Geogidsen), Sint-Truiden: De Blauwe Vogel, 1985; ID., ‘Het Haspengouws landschap in evolutie’, (Haspengouwse monografieën, 2), Kortessem: Georeto, 2013. Kijk: http://www.land-en-water.be. Wateringen van Sint-Truiden.

De intussen verdwenen watermolen bij het kasteel van Ordingen. De wapensteen met commandeurswapen uit 1740 in de gevel werd ingemetseld in het kasteel 

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Adelardus II, abt

geboren te Lovenjoel op onbekende datum    gestorven te Sint-Truiden op 06.12.1082 

Monnik, prior en abt van Sint-Truiden 1055-1082, kerkenbouwer. 


Geschoold in letteren en handig in beeldhouwen en schilderen. Bloei van bedevaarten. Verwerving gronden in Villers-le-Peuplier, Moixhe, Staaien; Herk-de-Stad en Zerkingen. Ommuurde de stad. Werkte toren af en bouwde vier hoektorens bij de viering. Bouwer van de Romaanse abdijkerk met lengte van 102 meter, hoge pijlers, hoogkoor en hallencrypte. Versierde altaren. Bouwde of herstelde dertien afhankelijke kerken: OLV-kerk, Sint-Gangulfus, Staaien, Bevingen, Aalburg (Nl.), Wijchmaal, Peer, Schaffen, Webbekom, Donk, Meer, Oerle (Oreye) en Jemeppe-sur-Meuse. Schilder en beeldhouwer. Ondanks inkomsten toch tekorten door grote ambitie. Na waanzinaanval naar abdij Saint-Laurent Luik. Overleden en begraven in lichaamvormig graf Sint-Truiden. Nadien investituurstrijd en verspreiding monniken. Schedel en kromstaf bekroning bewaard. Straatnaam. Biermerk brouwerij Kerkom  2002. Interactief theaterspel ‘Het Adelardusmysterie’ toeristische dienst 2010. Abdijcrypte , grafnis 2004 in dodengang, opschrift Adelardus abbas 1082  uit 2005. 

 Lit.: P.F.X.. DE RAM, in BIONAT, 1, 1866, kol. 51; RECUEIL, p. 7-8; Luc-François GENICOT, L’oeuvre architecturale d’Adelard II de Saint-Trond et ses antécédents, in Belgisch Tijdschrift voor Oudheidkunde en Kunstgeschiedenis, 39, 1970, p. 3-91; MONBEL, p. 33-35; KRONIEK, p. 19-22; J. DEWINTER, Adelard II, abt van Sint-Truiden (1055-1085), in Oost-Brabant, 29, 1992, p. 206-213; CRYPTE, p. 47.