Hoepertingen aan de Golmeerzouwbeek

‘Het goed van Hubert’, dat is de Germaanse betekenis van Hoepertingen. Het dorp ligt deels op Vochtig- en deels op Droog-Haspengouw. In het zuidoosten vloeit de Herk, die bij de oversteekplaats Helshoven of Hellens’voort’ een kluis met bewoningskern liet ontstaan.


Bij het tracé van de Romeinse weg werden twee afgegraven tumuli of grafheuvels ontdekt.
Eigenaardig genoeg lieten de graven van Loon rond 1250 de heerlijkheid Hoepertingen over aan hun concurrent, de hertog van Brabant (later de Spaanse koning) die het noorden van zijn gebied in de 17de eeuw aan de opstandige Verenigde Provinciën moest afstaan. Het dorp moest omwille van betwistingen zijn verplichtingen tegenover Brussel én den Haag afkopen met zogenaamde ‘redemptiepenningen’. In de praktijk hadden de heren van Heeswijk (onder ’s Hertogenbosch) het in de middeleeuwen voor het zeggen. Ze verkochten later hun dorp aan opeenvolgende adellijke families uit het Luikerland. Op het grondgebied lagen dan ook nog eens ‘laathoven’ of filialen van instellingen die grond bezaten in het dorp, zoals de abdij van Herkenrode die hier ook de kerkelijke belastingen inde in ruil voor de parochiale organisatie.


Het landbouwdorp met diverse gehuchten telde grote hoeves en vier watermolens op de Herk. Een stenen windmolen en een suikerfabriek vervolledigden de 19de-eeuwse nijverheid, vooral na de aanleg van de bieten- en fruitspoorlijn Tienen-Tongeren in 1879 tussen dorp en steenweg door. Een volwaardig stationnetje kwam er in de jaren 1890. Het personenvervoer stopte in 1957 en het tracé, met resten van een brug in het gehucht Ham, is nu deels een fietsroute.
Hoepertingen, sinds 1976 deel van de gemeente Borgloon, is ca. 850 hectaren groot en telt ruim 2.000 inwoners.

Lees: LUX G.V., MAES J., SWINNEN A. & WIJNEN C., 'Grepen uit het dorpsverleden van Hoepertingen' , tijdschrift, uitgegeven door de geschiedkundige kring van Hoepertingen 1977-2003;
Kijk: https://id.erfgoed.net/themas/14026.

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Beiaardklanken en biggengeschreeuw

Aldous Huxley.

Hij durfde ooit te schrijven over ons, Truienaren: Sommigen maken laken, sommigen suiker. Enkelen hebben cultuur, de rest helemaal niet!
Als bewijs van het tegendeel hangt aan een gevel op de Grote Markt sinds 1968 zijn naam in bronzen letters: Aldous Huxley.

Een aardige Belgische.

Huxley was een telg uit een Brits geslacht van beroemde en bijzonder knappe koppen. Hij studeerde letterkunde in Eton en Oxford. Op een feestje met Kerst 1915 in Engeland viel hem de frèle Maria Nijs op, een Belgische oorlogsvluchtelinge met grote, groenblauwe ogen. Ik heb tenslotte ook een aardige Belgische ontdekt, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, meende de slungelachtige, bijziende romanschrijver. Maria’s vader was een Kortrijkse textielbaron, maar moeder Marguerite Baltus stamde uit Sint-Truiden. De rijke koopmansfamilie Baltus woonde in het huis In de Roos op de Grote Markt. Van het een kwam het ander en na de Grote Oorlog trouwde Aldous met Maria. Rond die tijd verbleef de Brit bij oom Baltus in Sint-Truiden.

De inspiratie voor zijn novelle Uncle Spencer uit 1924 deed hij toen op. Het verzonnen Longres uit de novelle is Sint-Truiden, afgebeeld als zedig provinciestadje met een aardige burgerij. Ons interesseren natuurlijk de herkenningspunten : de onontkoombare beiaarddeuntjes, het stille begijnhof, het stadhuis in zachtgele pleister, de kermisattracties met de Dikke Madam die haar gezicht kon wassen met haar tiekes… De diervriendelijke Duitse bezetter beboette iedereen die nog varkens aan oren en staart over de zaterdagmarkt sleurde. Geen enkele verordening zat de boeren meer dwars dan deze.

Een citaat in de originele taal, waarin Huxley beschrijft hoe de Truienaren weerwraak namen op de arme biggen na het vertrek van de Duitsers eind november 1918: The first Saturday after the departure of the German troops was a bad morning fort he pigs. To carry a pig by the tail was an outward and visible symbol of revovered liberty; and the squeals of the porkers mingled with the cheers of the population and the trills and clashing harmonies of the bells awakened by the carilloneur from their four years’ silence. By ten o’clock the market was over. 

Het Minderbroedersplein heette 'varkensmarkt' in de volksmond


Globetrotter Huxley werd in 1932 wereldberoemd door zijn bittere toekomstroman Brave New World en in 1954 met The Doors of Perception, een verslag van zijn experimenten met de druk mescaline. Maria stierf in 1955 en Aldous in 1963 te Los Angeles, net op de dag waarop president Kennedy werd vermoord.



Huxley-vorser
Leraar Roger Collart (+1996) was wel de hardnekkigste Huxley-vorser in onze stad. Zijn vaak gevraagde vertaling van Uncle Spencer wacht nog altijd op een uitgever! Ook Louis Sterken, Guido Wulms, Frank Decat, Danny Gennez en Jean-Pierre Rondas schreven over Aldous in Sint-Truiden. Huxley houdt de aandacht levend: in Munster (D.) is een heus studiecentrum gehuisvest. De Antwerpse sensatiejournalist en latere crimi-auteur Stan Lauryssens bracht een boek uit over Maria Nijs en haar stormachtige liefdesleven.