Het paanhuis of brouwerij van de kasteelheer van Hoepertingen dateert waarschijnlijk uit het midden van de 17de eeuw (ontlastingsboogjes boven vensters) en werd in 1957 ingrijpend gerestaureerd in maaslandse renaissance met rondboogdeur en kruisvensters. De wapenschilden Willem de Scharenberg (+1632) en zijn vrouw Guillemette-Anne van Lynden werden in de gevelsteen boven de deur vereeuwigd. Gerechtshof voor lokale geschillen.


In 2002 werd de oude kaak, een stenen zetel die in 1897 bij en mestkar-ongeval verdween, heropgericht door de lokale Geschiedkundige Kring (Camille Wijnen). Het zou een oude rechtspraakstoel, schandstoel voor een bespottingstraf of een afroepsteen zijn geweest. In de dorpen van het Ancien Regime, voor de Franse revolutie was een schepenbank actief en werden pachtgeschillen in een laathof geregeld.
In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde.

De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout.


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.
