Abdijtoren

Abdijtoren 


De huidige toren van de abdijkerk is het restant van een machtig westwerk met twee, wellicht drie torens en een westkoor , gebouwd door de abten Guntram, abt Sint-Truiden en Adelardus II, abt.

De massieve romaanse onderbouw dateert uit 1035-55 en is gebouwd van kwartsiet van Tienen en Gobertinger zandsteen.

De bovenbouw is het resultaat van verschillende restaura­ties. De bakstenen wenteltraptorens zijn  16de eeuws en gotisch. De bovenste geleding met de galmgaten is classicistisch en dateert uit dezelfde periode als de spits (1779), die door de brand van 1975 werd vernield.  

 De klokkenstoel uit 1779 is neoclassicistisch. 

Recent zijn nieuwe stalen trappen en vijf uitzichtplatforms aangebracht. De trap met 195 treden voert deels binnen de 'uitgeholde' toren, deels langs de buitenkant omhoog. 

De totale hoogte van de toren met spits was+-60 meter, maar na de brand werd de torenspits vernield. De toren is nu 37 meter hoog en is na de restauratie voorzien van een platform met een panoramisch uitzicht op de stad. 

De toren, crypte, Keizerszaal en Academiezaal zijn tegen betaling te bezichtigen, je koopt je Trudopas bij Toerisme Sint-Truiden


Lees meer over de abdij in het artikel Benedictijnenabdij Sint-Trudo









IMG_0634.jpg
Onderschrift...

Naar aanleiding van 50 jaar abdijbrand Maakt ASR deze mooie reportage:










 


ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.