Abdijtoren

Abdijtoren 

De toren is een gedeelte van het Romaanse westblok uit de eerste helft van de 11de eeuw, gebouwd door de abten Guntram, abt Sint-Truiden en Adelardus II, abt. De bovenbouw is het resultaat van verschillende restaura­ties. De wenteltraptorens zijn gotisch. De bovenste geleding met de galmgaten is classicistisch en dateert uit dezelfde periode als de spits (1779), die door de brand van 1975 werd vernield. De toren kan nu bezocht worden en vertelt het verhaal van ‘vele torens’. Bij het beklimmen van de 196 treden beleef je 1000 jaar bouwgeschiedenis en word je op het uitkijkplatform beloond met een adembenemend zicht op Sint-Truiden en verre omgeving. De toren is alle dagen open en je koopt je Trudopas bij  Toerisme Sint-Truiden


...

Lees meer in het artikel Benedictijnenabdij Sint-Trudo

abdijtoren


ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).