Hallentoren

Hallentoren

De hallentoren werd, samen met de hal, opgetrokken in 1366. In 1606 waaide de eerste toren om en werd hij vervangen door het huidige bouwwerk. De onderste twee geledingen, samen 17 meter hoog, bleven evenwel overeind maar werden later ingesloten door het stadhuis. Van dit oorspronkelijk bouwwerk kan je restanten zien in de hallen. De hallentoren, 46 m hoog, is een mooi voorbeeld van Maasstijl, die gebruik maakt van bakstenen en natuursteen voor speklagen, hoekkettingen en vensteromlijstingen. In de onderste geleding bevindt zich in een centrale rondboognis een Madonna met kind, een kopie van het oorspronkelijke 16de-eeuwse houten beeld, dat in het stadhuis is ondergebracht. De tweede geleding, waarin een paneel met wapenschild staat, wordt bekroond door een kalkstenen fronton met schelpmotief. De vierde geleding bevat een aantal wapenschilden. Boven op de achtkantige lantaarn­spits, waarin de gerestaureerde beiaard met 50 klokken is ondergebracht, staat een peervormige spits.

Voor de hallentoren bevindt zich, op een arduinen voetstuk, het 14de-eeuwse perron met een smeedijzeren tweekoppige adelaar. Dit symbool van de stedelijke vrijheden is een werk van Pierre Radoux.

 

Links hallentoren en rechts OLV-toren

 

Perron

Detail hallentoren

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Christiaens, Marie, volksfiguur

Gelinden 14.08.1669 , Jacob Schoenaerts 

Vrouw van schout  Schoenaerts. 

Bewoonster hoeve Groenschild Klein-Gelmen 

Beschuldigd van hekserij 1667 en waarschijnlijk terechtgesteld 1669.

Lit.: J. BROUWERS, De vrouw met de zwarte sluier. Een heksenproces te Gelinden in 1667-1669, in Limburg, 36, 1957, p. 263-266, 273-284 en 301-308.