Hallentoren

Hallentoren

De hallentoren werd, samen met de hal, opgetrokken in 1366. In 1606 waaide de eerste toren om en werd hij vervangen door het huidige bouwwerk. De onderste twee geledingen, samen 17 meter hoog, bleven evenwel overeind maar werden later ingesloten door het stadhuis. Van dit oorspronkelijk bouwwerk kan je restanten zien in de hallen. De hallentoren, 46 m hoog, is een mooi voorbeeld van Maasstijl, die gebruik maakt van bakstenen en natuursteen voor speklagen, hoekkettingen en vensteromlijstingen. In de onderste geleding bevindt zich in een centrale rondboognis een Madonna met kind, een kopie van het oorspronkelijke 16de-eeuwse houten beeld, dat in het stadhuis is ondergebracht. De tweede geleding, waarin een paneel met wapenschild staat, wordt bekroond door een kalkstenen fronton met schelpmotief. De vierde geleding bevat een aantal wapenschilden. Boven op de achtkantige lantaarn­spits, waarin de gerestaureerde beiaard met 50 klokken is ondergebracht, staat een peervormige spits.

Voor de hallentoren bevindt zich, op een arduinen voetstuk, het 14de-eeuwse perron met een smeedijzeren tweekoppige adelaar. Dit symbool van de stedelijke vrijheden is een werk van Pierre Radoux.

 

Links hallentoren en rechts OLV-toren

 

Perron

Detail hallentoren

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.