Achter de abtsvleugel, aan de Abdijstraat en Stenaartberg, liggen de dienstgebouwen die voornamelijk dateren uit het einde van de 18de eeuw, nadat een brand in 1767 de bedrijfsgebouwen had vernield. Ze werden echter grotendeels aangepast aan hun nieuwe functie van klaslokalen. Enkel de hoevegebouwen, zijn min of meer in hun oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Zij omvatten onder meer een molen met aanpalend de molenaarswoning(grotendeels verwoest door een ontploffing in 1992), brouwerij, bakkerij, een wagenstalling, paardenstallen, een smidse, een schuur, schaapsstallen en graanzolders. Naast de smidse bevond zich een groot poortgebouw met een duiventoren. De Cicindriabeek voorzag de molen van het nodige water.



Te Engelmanshoven heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:
'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',
dan kwamen ze uw werk doen. '
Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.
'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.
Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.
'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'
Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:
'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!'
en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.
Opgetekend door F. Beckers in 1948