Deze monumentale woning werd ca. 1870 gebouwd in opdracht van de hoofdgeneesheer van het hospitaal van de Zusters van Liefde. De bouwheer, dokter Debruyn (‘DB’) deed hiervoor beroep op architect Justin Bruyenne (Gent) die op dat ogenblik ook werken uitvoerde in het klooster van de Zusters van Liefde in de Abdijstraat. Ook de ontwerpplannen van het Hospitaal van de Broeders van Liefde op de Hoge Veser zijn van deze architect. De initialen ‘DB’, zoals ze voorkomen op het inrijhek, vindt men op verscheidene plaatsen in het huis terug.

In de oudheid werden in oorlog of jacht veroverde trofeeën aan een stok opgehangen. Dit motief ging een eigen leven leiden als allegorische decoratie. Kalksnijders modelleerden in het nog vochtige stucwerk voorwerpen tussen bloemenslingers aan linten opgehangen.
In het stadhuis op de Grote Markt op het 'schoon verdiep' zijn in de hoge vestibule de vier kunsten en twee speciale thema's uitgewerkt, de zeevaart en het landleven. Die laatste werken dateren waarschijnlijk uit de Hollandse periode (1815-1830) onder burgemeester J.A.N. Van den Berck. Scheepvaart en de Nederlandse vertaling van Vergilius wijzen daarop.
