Poortgebouw abdij

Poortgebouw abdij

We staan hier voor een indrukwekkende inrijpoort uit 1773 die toegang verschaft tot de eerste binnenkoer van de voormalige abdij. Deze ‘cour d’honneur’ weerspiegelde destijds de macht van de abt. Het classicistische poortgebouw werd gebouwd in opdracht van abt Jozef van Herck . Hij liet alle abdijgebouwen, met uitzondering van de kerk, afbreken en herbouwen naar plannen van de Brusselse architect Laurent-Benoît Dewez. In het fronton staat een reliëf dat een mirakel uit Trudo's jeugd weergeeft: de genezing van een blinde vrouw door de kleine Trudo. Het is van de hand van de Luikse beeldhouwer Henri Vivroux en werd in 1776 aangebracht.


abdijpoort fronton






Foto’s:

- OMDpublicatie 2011: p. 42 (fronton)

- OMDpublicatie 2009, P.40 (foto), 45 en 46 (schets)

- OMD publicatie 2003, cover (fronton)

Teksten:

- Petra BOEKSTAL, Het poortgebouw van de abdij in Sint-Truiden ontworpen door Laurent Benoît Dewez? (OMDpublicatie 2009)

- Franz AUMANN, Raak niet aan de rechten van mijn abdij, … of het zal u berouwen! (OMDpublicatie 2011)

ONTDEKKING VAN DE DAG

Koningin Astrid, lieveling van het publiek

Verongelukte vorsten herdacht

De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.

De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.

Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.




In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.