Wennig (Lux.) kasteel Bergh 05.03.1753 Nieuwerkerken kasteelhoeve 28.09.1836
Dochter van Godefridus, uit Lorreinse adel, en Eva Neuman de Bergh . Als 18-jarige ingetreden in benedictinessenabdij Nonnemielen. Vlucht voor Franse bezetter naar Grevenbroich bij Düsseldorf en terugkeer naar kasteelhoeve de Stembier Nieuwerkerken . Gaf reliek H. Christina en kerkschatten over aan Redemptoristen Stenaertberg Sint-Truiden. Deed relaas over revolutieperikelen aan redemptoristen. Laatste overlevende zuster abdij Nonnemielen. Begraven in Nieuwerkerken .
Liet erfenis aan oud-cisterciënzer Minsart en aan dame Guillaume uit Frasnes, zuster van de abdij Woutersbrakel en stichteres van cisterciënzerinnenklooster Colen bij Borgloon. Meubilair en kunstvoorwerpen van Nonnemielen kwamen ook in Colen terecht, o.a. de Sint-Lutgardisstoel en de handschriften met de levens van de HH. Christina en Lutgardis door broeder Geraert.
Wapenschild: op zilver drie gouden bergen met rood schildhoofd, beladen met drie zespuntige gouden sterren.
Verongelukte vorsten herdacht
De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.
De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.
Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.

In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.