Breendonkstraat 41

Breendonkstraat 41

Door een akte van 19 april 1589 bestemde de Luikse bisschop het oude Begaardenklooster, waar dan nog maar één kloosterling verbleef, voor de inrichting van een klein seminarie. Hiervoor werd ook het aanpalende huis met schuur De Waterhond aangekocht. De naam verwijst naar de originele loop van de Cicindria op die plaats. Door het Franse bestuur werd het seminarie opgeheven en vond de école moyenne of het stadscollege onderdak in het gebouwencomplex. Dat stadscollege werd koninklijk tijdens het bestuur van Willem I, en aangenomen door een overeenkomst tussen het stadsbestuur en de Luikse bisschop in 1850. In 1871 werd de schuur omgebouwd tot collegekapel. In 1910 verhuisde het aangenomen college naar Stenaertberg, de gebouwen in de Breendonkstraat waren nadien muziek-school, vredegerecht en tekenschool. Het gebouw mooi gerenoveerd en herbestemd als architectenkantoor.


Begaardenklooster

 

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.