Dit statige herenhuis is meermaals aangepast aan het veranderende modebeeld, zo verdwenen de balusters op de dakrand in de late jaren 1970. Bij de verkoop van kerkelijke goederen door het Frans Bestuur bleek het eigendom van de abdij van Herkenrode en hoorde dus bij de naastgelegen refuge. In de tuin staat een koetshuis dat in 1855 ingrijpend werd verbreed. De vijf rondbogen van het koetshuis komen uit op pilasters die gedecoreerd zijn met een ruitvormig motief. Datzelfde ruitvormig motief is ook op de tuingevel van het huis, onder het balkon, op enkele deuren en in de stucdecoratie van het plafond te herkennen. Vanaf circa 1893 woonde zakenman Louis Baltus in dit huis. De plafondschildering met engeltjes zou hij hebben laten aanbrengen, volgens de legende, in het vooruitzicht koning Leopold II er te ontvangen tijdens diens bezoek aan de Provinciale Tentoonstelling in 1907. Twee notarissen, twee burgemeesters en een succesvol zakenman bewoonden, verbouwden en verfraaiden sinds 1800 deze woning. De indeling kom nog grotendeels overeen met de tijd van Augustin Moreau. Charles Van den Berck zorgde voor het rijkelijk stucwerk en de witmarmeren schouwmantel. Louis Baltus liet de plafondschildering met engeltjes aanbrengen en Raoul Vreven opende de living naar de tuin met een erker. Nu kan iedereen er dineren.

Verongelukte vorsten herdacht
De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.
De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.
Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.

In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.