Schepen Dejonghstraat 12 - 14

Schepen Dejonghstraat 14

Dit statige herenhuis is meermaals aangepast aan het veranderende modebeeld, zo verdwenen de balusters op de dakrand in de late jaren 1970. Bij de verkoop van kerkelijke goederen door het Frans Bestuur bleek het eigendom van de abdij van Herkenrode en hoorde dus bij de naastgelegen refuge.         In de tuin staat een koetshuis dat in 1855 ingrijpend werd verbreed. De vijf rondbogen van het koetshuis komen uit op pilasters die gedecoreerd zijn     met een ruitvormig motief. Datzelfde ruitvormig motief is ook op de tuingevel van het huis, onder het balkon, op enkele deuren en in de stucdecoratie van het plafond te herkennen. Vanaf circa 1893 woonde zakenman Louis Baltus in dit huis. De plafondschildering met engeltjes zou hij hebben laten aanbrengen, volgens de legende, in het vooruitzicht koning Leopold II er te ontvangen tijdens diens bezoek aan de Provinciale Tentoonstelling in 1907. Twee notarissen, twee burgemeesters en een succesvol zakenman bewoonden, verbouwden en verfraaiden sinds 1800 deze woning. De indeling kom  nog grotendeels overeen met de tijd van Augustin Moreau. Charles Van den Berck zorgde voor het rijkelijk stucwerk en de witmarmeren schouwmantel. Louis Baltus liet de plafondschildering met engeltjes aanbrengen en Raoul Vreven opende de living naar de tuin met een erker. Nu kan iedereen er dineren.





    Woning Schepen Dejonghstraat 14



ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).