Van oudsher vond alle marktactiviteit in Sint-Truiden plaats op de Grote Markt, deze was immers voldoende groot om alle markten te huisvesten. De varkens verhuisden eerst, 550 jaar geleden, naar de Minderbroedersstraat, die in de volksmond nog steeds Verrekesmerrek heet. In 1960 keek men voor een nieuwe overdekte veemarkt eerst naar het terrein van de vroegere bioscoop Patria in de Capucienessenstraat, ooit het klooster van deze zusterorde. Uiteindelijk werd gekozen voor het ruime terrein langs de Cicindriabeek, palend aan het oude slachthuis. De beek werd ingekokerd voor een ruime parking. Samen met de moderne grote overdekte markthal werd ook het slachthuis vernieuwd. Zo bleef Sint-Truiden ook voor het vee marktplaats voor hetgeen het vruchtbare Haspengouw produceerde.

In de oudheid werden in oorlog of jacht veroverde trofeeën aan een stok opgehangen. Dit motief ging een eigen leven leiden als allegorische decoratie. Kalksnijders modelleerden in het nog vochtige stucwerk voorwerpen tussen bloemenslingers aan linten opgehangen.
In het stadhuis op de Grote Markt op het 'schoon verdiep' zijn in de hoge vestibule de vier kunsten en twee speciale thema's uitgewerkt, de zeevaart en het landleven. Die laatste werken dateren waarschijnlijk uit de Hollandse periode (1815-1830) onder burgemeester J.A.N. Van den Berck. Scheepvaart en de Nederlandse vertaling van Vergilius wijzen daarop.
