t’ Serstevens, Madeleine Marie Ghislaine, ‘Madame Lejeune’, werd in Gent op 23.03.1896 geboren als dochter van ridder Louis, burgemeester te Stavelot, en Marguerite Lippens. Door huwelijk met jonkheer Gustave Lejeune de Schiervel kwam zij in 1920 naar het kasteeldomein Nonnemielen. Zij werd gemeenteraadslid in 1947 en eerste vrouwelijke schepen 1953-1964. Voorzitter bestuurscommissie Muziekacademie en Symfonieorkest Sint-Cecilia. CVP-kandidaat provincieraadsverkiezingen 1949. Tijdens WO II werd het kasteel opgeëist door de Duitse overheid als commandopost en pilotenverblijf. Zij verleende een erfpacht op het jachtslot Schabroek te Guvelingen met 15 hectaren landerijen aan de Broeders van de Christelijke Scholen voor huisvesting van de Tuinbouwschool in 1947 en schonk dit goed in 1973. Zij ondersteunde de vrije meisjesschool Melveren, beheerd door Zusters Vincentius à Paulo, onder andere door een nieuwbouw in 1967, ook hier gevolgd door een schenking in 1972. Zij overleed in Sint-Truiden op 10.06.1975.
Prijs mevr. Lejeune voor leerlingen wetenschappen van de Tuinbouwschool. Klokje met naam meter voor nieuwe kapel Tuinbouwschool 1953. Bij de ontwikkeling van de Halmaalwijk werd in 2002 deze straatnaam gegeven.
Wie was wie in Sint-Truiden

Verongelukte vorsten herdacht
De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.
De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.
Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.

In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.