Deze straat behoort tot de oudste van de stad, ze wordt reeds vermeld in het begin van de twaalfde eeuw. De straat heette vroeger Brustemstraat, van de Brustempoort tot het centrale marktplein met abdij, OLV kerk en stadshal. Het Franse bestuur rationaliseerde in 1796 de namen van de belangrijkste straten: Luikerstraat, Naamse straat, Tiense straat en Diesterstraaat. Toch bleef en blijft in de volkstaal de oude naam Brustemstraat verder in gebruik.

In de oudheid werden in oorlog of jacht veroverde trofeeën aan een stok opgehangen. Dit motief ging een eigen leven leiden als allegorische decoratie. Kalksnijders modelleerden in het nog vochtige stucwerk voorwerpen tussen bloemenslingers aan linten opgehangen.
In het stadhuis op de Grote Markt op het 'schoon verdiep' zijn in de hoge vestibule de vier kunsten en twee speciale thema's uitgewerkt, de zeevaart en het landleven. Die laatste werken dateren waarschijnlijk uit de Hollandse periode (1815-1830) onder burgemeester J.A.N. Van den Berck. Scheepvaart en de Nederlandse vertaling van Vergilius wijzen daarop.
