Derckx, Theodoor Aloysius Antoon Hubert ‘Herman Jozef’, pastoor

Venlo 10.06.1813    Mondaye (Fr.) 22.01.1880 

Zoon van Jan Gerard en Maria Hendrina Dohin.  Studies Rolduc. Praemonstratenzer Averbode 1834, priester  1837. Parkabdij Heverlee en studies theologie Leuven 1836. Circator en ziekenmeester 1838. Supprior, novicenmeester en lector theologie  1840. Vicaris Wezemaal 1842 en helper Veerle 1843. Eerste praemonstratenzer pastoor Kortenbos 1846. Terug abdij 1855, lector dogmatiek. Kloosterstichtingen in Frankrijk te Prémontré en Mondaye Normandië. Schrijver  dagboek Kortenbos 1852-1855 en publiceerde anoniem enkele brochures over historiek en devotie daar.

Portretschildering naar foto, door Emile Cauchie 1910, pastorie Kortenbos.

Publ.: Geschiedenis en wonderdaden van Onze Lieve Vrouw te Cortenbosch, Sint-Truiden. s.a.; Tweehonderdjarige Jubilé, met alle plegtigheid gevierd in de kerk van Cortenbosch, van zondag 30 april tot zondag 14 mei 1848, Sint-Truiden. 1848.

Lit.: GERITS, Trudo Jan, De Witheren te Kortenbos, in OLL, 24, 1969, p. 83-85.


ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.