Bernissem

Bernissem

In Bernissem heeft eeuwenlang een commanderij van de Teutoonse orde bestaan die, net zoals die van Ordingen, afhing van de landcommanderij Alden Biesen. De vestiging Bernissem zou omstreeks 1220 gesticht zijn. Het domein werd door het Franse bestuur verkocht: een met grachten omringd kasteel en hoeve, een grote schuur, stallingen, een tuin en landbouwgronden, alles samen een oppervlakte van 156 bunders en 8 roeden.

Het kasteel zelf werd achteraf afgebroken en de kapel werd tot woning omgebouwd. Behalve het woonhuis met de stallingen en de schuur, is ook het vroegere wachthuis uit 1736 bewaard gebleven.

O:\Archief\06_Zorg_vr_lok_erfg\3_Publiekseduc_en_sensib\7_Herh_projecten\OMD_SAST\2015\Publicatie\8.Jozef_Smeesters\Commanderie Bernissem.JPG

Zicht op de gebouwen van de commanderij Bernissem, vzw Sint-Truidense schatten

ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).