Capucienessenstraat

Capucienessenstraat

Deze straatnaam verwijst naar het vroegere klooster van de Capucienessen, dat zich bevond waar vandaag het Cultureel Centrum en de bibliotheek gehuisvest zijn. Zoals de andere ancien-regime kloosters werd het door het Franse bestuur verkocht.

De Cercle Catholique had er vanaf 1850 zijn thuisbasis met de feestzaal Patria. Na een grondige renovatie onder leiding van architect Louis Sterken en Pol Stas In de jaren 1938 – 1939 zou de zaal feestelijk openen op 10 mei 1940. De Duitse bezetter nam het complex in beslag tot de bevrijding. Nadien vonden geallieerde troepen er onderdak. Ongelukkig brak een brand uit. In 1949 kocht de stad het pand om er een ontmoetings- en cultureel centrum te bouwen, dat er in 1973 ook kwam.

       Klooster Capucienessen
ONTDEKKING VAN DE DAG

Koningin Astrid, lieveling van het publiek

Verongelukte vorsten herdacht

De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.

De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.

Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.




In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.